21 Ik haat, Ik versmaad uw feesten, en Ik mag uw verbods dagen niet rieken.22 Want ofschoon gij Mij brandofferen offert, mitsgaders uw spijsofferen, Ik heb er toch geen welgevallen aan; en het dankoffer van uw vette beesten mag Ik niet aanzien.
Publicidade
Amós 5
Veja também
Publicidade