4 En de koning zeide tot mij: Wat verzoekt gij nu? Toen bad ik tot God van den hemel.5 En ik zeide tot den koning: Zo het den koning goeddunkt, en zo uw knecht voor uw aangezicht aangenaam is, dat gij mij zendt naar Juda, naar de stad der begravenissen mijner vaderen, dat ik ze bouwe.
Publicidade
Neemias 2
Veja também
Publicidade