1 Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen.2 Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich; toen zeide men onder de heidenen: De HEERE heeft grote dingen aan dezen gedaan.3 De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd.4 O HEERE! wend onze gevangenis, gelijk waterstromen in het zuiden.5 Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien.6 Die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al gaande en wenende; maar voorzeker zal hij met gejuich wederkomen, dragende zijn schoven.
Publicidade
Salmos 126
Veja também
Publicidade
Salmos
123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150
Ver todos os capítulos de Salmos