Pular para o conteúdo
Publicidade

Apocalipse 10

GBV

Avant le son de la septième trompette: un livre apporté du ciel par un ange; les deux témoins

1 Je vis un autre ange puissant, qui descendait du ciel, enveloppé d’une nuée; au-dessus de sa tête était l’arc-en-ciel, et son visage était comme Mt 17:2.le soleil, et ses pieds comme Ap 1:15.des colonnes de feu. 2 Il tenait dans sa main un petit livre ouvert. Il posa son pied droit sur la mer, et son pied gauche sur la terre; 3 et il cria d’une voix forte, comme rugit un lion. Quand il cria, les sept tonnerres firent entendre leurs voix. 4 Et quand les sept tonnerres eurent fait entendre leurs voix, j’allais écrire; et j’entendis du ciel une voix qui disait: Da 8:26;12:4.Scelle ce qu’ont dit les sept tonnerres, et ne l’écris pas. 5 Da 12:7.Et l’ange, que je voyais debout sur la mer et sur la terre, leva sa main droite vers le ciel, 6 et jura par celui qui vit aux siècles des siècles, qui a créé le ciel et les choses qui y sont, la terre et les choses qui y sont, et la mer et les choses qui y sont, Ap 11:15.qu’il n’y aurait plus de temps, 7 mais qu’aux jours de la voix du septième ange, quand il sonnerait de la trompette, le mystère de Dieu s’accomplirait, comme il l’a annoncé à ses serviteurs, les prophètes. 8 Et la voix, que j’avais entendue du ciel, me parla de nouveau, et dit: Va, prends le petit livre ouvert dans la main de l’ange qui se tient debout sur la mer et sur la terre. 9 Et j’allai vers l’ange, en lui disant de me donner le petit livre. Et il me dit: Éz 3:1.Prends-le, et avale-le; il sera amer à tes entrailles, mais dans ta bouche il sera doux comme du miel. 10 Je pris le petit livre de la main de l’ange, et je l’avalai; il fut dans ma bouche doux comme du miel, mais quand je l’eus avalé, mes entrailles furent remplies d’amertume. 11 Puis on me dit: Il faut que tu prophétises de nouveau sur beaucoup de peuples, de nations, de langues, et de rois.

1 Toen zag ik een andere machtige engel uit de hemel komen. Hij was gehuld in een wolk en had een regenboog boven zijn hoofd. Zijn gezicht straalde als de zon en zijn benen leken op zuilen van vuur. 2 Hij had een kleine geopende boekrol in zijn hand en zette zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op het land. 3 Toen riep hij zo luid als een brullende leeuw. Nadat hij had geroepen, klonk zevenmaal de stem van de donder. 4 Nadat de zeven donderslagen hadden gesproken, wilde ik beginnen schrijven, maar ik hoorde een stem uit de hemel, die zei: "Hou hetgeen de zeven donderslagen hebben gezegd geheim; schrijf het niet op."

5 Toen hief de engel die ik op de zee en het land zag staan zijn rechterhand naar de hemel. 6 Hij zwoer bij Degene die voor eeuwig en altijd leeft die de hemel met alles wat daarin is, de aarde en alles wat daarop is, en de zee en alles wat daarin is, geschapen heeft dat er geen uitstel meer zou zijn. 7 Gods geheime plan zal worden uitgevoerd zodra de zevende engel op de zevende trompet blaast, zoals God aan zijn dienaren, de profeten, heeft aangekondigd.

8 Toen sprak de stem uit de hemel die ik eerder had gehoord, opnieuw. Hij zei tegen mij: "Ga naar de engel die op de zee en op het land staat en neem de kleine geopende boekrol die hij in zijn hand houdt." 9 Ik ging naar de engel toe en vroeg hem mij de kleine boekrol te geven. Hij zei tegen mij: "Neem hem aan en eet hem op. Hij zal je maag bitter maken, maar in je mond zo zoet zijn als honing." 10 Ik nam de kleine boekrol uit de hand van de engel en at hem op. In mijn mond smaakte hij zo zoet als honing, maar toen ik hem had opgegeten werd mijn maag bitter. 11 Toen werd tegen mij gezegd: "Je moet opnieuw profeteren over vele volken, naties, taalgroepen en koningen."

Veja também