Satan lié pour mille ans: règne des fidèles et de Christ
1 Puis je vis descendre du ciel un ange, Ap 1:18.qui avait la clef de l’abîme et une grande chaîne dans sa main. 2 2 Pi 2:4.Ap 12:9.Il saisit le dragon, le serpent ancien, qui est le diable et Satan, et il le lia pour mille ans. 3 Il le jeta dans l’abîme, ferma et scella l’entrée au-dessus de lui, Ap 16:14,16;20:8.afin qu’il ne séduisît plus les nations, jusqu’à ce que les mille ans fussent accomplis. Après cela, il faut qu’il soit délié pour un peu de temps. 4 Et je vis des trônes; et à ceux qui s’y assirent Ap 6:10.fut donné le pouvoir de juger. Et je vis Ap 6:9.les âmes de ceux qui avaient été décapités à cause du témoignage de Jésus et à cause de la parole de Dieu, et de ceux qui n’avaient pas adoré Ap 13:12.la bête ni Ap 13:15.son image, et qui n’avaient pas reçu Ap 13:16.la marque sur leur front et sur leur main. Ap 6:11.Ils revinrent à la vie, et ils régnèrent avec Christ pendant mille ans. 5 Les autres morts ne revinrent point à la vie jusqu’à ce que les mille ans fussent accomplis. C’est la première résurrection. 6 Heureux et saints ceux qui ont part à la première résurrection! La seconde mort n’a point de pouvoir sur eux; mais ils seront És 61:6.1 Pi 2:9.Ap 1:6;5:10.sacrificateurs de Dieu et de Christ, et ils régneront avec lui pendant mille ans.
Satan délié, et vaincu pour toujours
7 Quand les mille ans seront accomplis, Satan sera relâché de sa prison. 8 Et il sortira pour séduire les nations qui sont aux quatre coins de la terre, Éz 38:2;39:1.Gog et Magog, afin de les Ap 16:14.rassembler pour la guerre; leur nombre est comme le sable de la mer. 9 Et ils montèrent sur la surface de la terre, et ils investirent le camp des saints et la ville bien-aimée. Mais un feu descendit du ciel, et les dévora. 10 Et le diable, qui les séduisait, Da 7:11.Ap 19:20.fut jeté dans l’étang de feu et de soufre, où sont Ap 19:20.la bête et le faux prophète. Et ils seront Ap 14:10.tourmentés jour et nuit, aux siècles des siècles.
Jugement dernier
11 Puis je vis un grand trône blanc, et celui qui était assis dessus. La terre et le ciel s’enfuirent devant sa face, et il ne fut plus trouvé de place pour eux. 12 Et je vis les morts, les grands et les petits, qui se tenaient devant le trône. Des livres furent ouverts. Et un autre livre fut ouvert, celui qui est Ex 33:32.Ps 69:29.Ph 4:3.Ap 3:5;21:27.le livre de vie. Et les morts furent jugés Ps 62:13.Jé 17:10;32:19.Mt 16:27.Ro 2:6;14:12.2 Co 5:10.Ga 6:5.Ap 2:23.selon leurs œuvres, d’après ce qui était écrit dans ces livres. 13 La mer rendit les morts qui étaient en elle, la mort et le séjour des morts rendirent les morts qui étaient en eux; et chacun fut jugé selon ses œuvres. 14 Et la mort et le séjour des morts furent jetés dans l’étang de feu. C’est la seconde mort, l’étang de feu. 15 Quiconque ne fut pas trouvé écrit dans le livre de vie fut jeté dans l’étang de feu.
1 Toen zag ik een engel uit de hemel komen met de sleutel voor de afgrond en een zware keten in zijn hand. 2 Hij greep de draak, de slang van weleer – hij is de duivel en de satan – en ketende hem voor duizend jaar. 3 Hij wierp hem in de afgrond. Toen sloot en verzegelde hij die boven hem, zodat de draak de volken niet meer zou kunnen misleiden zolang de duizend jaar niet voorbij waren. Daarna moet hij korte tijd worden vrijgelaten.
4 Toen zag ik tronen; wie daarop zou zitten zou de macht krijgen om te oordelen. Ook zag ik de zielen van de mensen die waren onthoofd omwille van de getuigenis van Jezus en de boodschap van God; zij hadden het beest en zijn beeld niet aanbeden en het merkteken niet op hun voorhoofd of hun hand gekregen. Zij kwamen tot leven en regeerden duizend jaar lang met Christus. 5 Dit is de eerste verrijzenis. De overige doden kwamen niet tot leven zolang de duizend jaar niet voorbij waren. 6 Zij die aan de eerste verrijzenis mogen deelnemen, zijn gezegend en horen bij God. Over hen heeft de tweede dood geen macht; zij zullen priesters voor God en voor Christus zijn, en ze zullen duizend jaar lang samen met Hem regeren.
7 Na afloop van die duizend jaar zal Satan uit zijn gevangenschap worden vrijgelaten. 8 Hij zal eropuit gaan om de volken te misleiden die in de vier uithoeken van de aarde wonen – Gog en Magog – en hen verzamelen voor de strijd. Hun aantal is als dat van de zandkorrels op een strand. 9 Ze marcheerden over de breedte van de aarde en omsingelden het kamp van de mensen die bij God horen en de door God geliefde stad. Toen kwam er vuur uit de hemel, dat de aanvallers verteerde. 10 Hij die hen had misleid, de duivel, werd in de poel van brandende zwavel geworpen, bij het beest en de valse profeet. Daar zullen ze dag en nacht worden gepijnigd, voor eeuwig en altijd.
11 Toen zag ik een grote witte troon en Hij die daarop zit. De aarde en de hemel vluchtten bij Hem vandaan; zij verdwenen. 12 Toen zag ik alle doden voor de troon staan – zowel de gewone mensen als de hooggeplaatsten – en de boeken werden geopend. Er werd ook een ander boek geopend, namelijk het boek van het leven. Over de doden werd het oordeel geveld dat overeenkwam met hun gedrag zoals dat in de boeken genoteerd stond. 13 Toen stond de zee de doden af die zij bevatte. Ook de dood en het dodenrijk stonden de doden af die zij bevatten en over iedere dode werd het oordeel geveld dat overeenkwam met zijn gedrag. 14 Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel geworpen. Dit is de tweede dood, de vuurpoel. 15 Wie niet in het boek van het leven vermeld stond, werd in de vuurpoel geworpen.