Fofoca

De huichelaar verderft zijn naaste door den mond; maar door wetenschap worden de rechtvaardigen bevrijd.

Provérbios 11:9

Een verkeerd man zal krakeel inwerpen; en een oorblazer scheidt den voornaamsten vriend.

Provérbios 16:28

Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen.

Efésios 4:29

Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.

Provérbios 10:18

Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.

Mateus 5:11

Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt;

Die met zijn tong niet achterklapt, zijn metgezellen geen kwaad doet, en geen smaadrede opneemt tegen zijn naaste;

Salmos 15:2,3

Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.

Provérbios 11:13