Gratidão a Deus

Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde;

1 Timóteo 4:4

En ik dank Hem, Die mij bekrachtigd heeft, namelijk Christus Jezus, onzen Heere, dat Hij mij getrouw geacht heeft, mij in de bediening gesteld hebbende;

1 Timóteo 1:12

Maar ik zal U offeren met de stem der dankzegging; wat ik beloofd heb, zal ik betalen. Het heil is des HEEREN.

Jonas 2:9

Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen. [ (Psalms 7:18) Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen. ]

Salmos 7:17

Want al deze dingen zijn om uwentwil, opdat de vermenigvuldigde genade, door de dankzegging van velen, overvloedig worde ter heerlijkheid Gods.

2 Coríntios 4:15

Want alle schepsel Gods is goed, en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde;

Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed.

1 Timóteo 4:4,5

Zo zullen wij, Uw volk en de schapen Uwer weide, U loven in eeuwigheid, van geslacht tot geslacht; wij zullen Uw roem vertellen.

Salmos 79:13

Dankende te allen tijd over alle dingen God en den Vader, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus;

Efésios 5:20

Hoor, HEERE! en wees mij genadig; HEERE! wees mij een Helper.

Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord; [ (Psalms 30:13) Opdat mijn eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven. ]

Salmos 30:11,12

Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht;

Colossenses 1:12

Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

Filipenses 4:6

Laat hen terugkeren tot loon hunner beschaming, die daar zeggen: Ha, ha!

Salmos 70:4

Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.

1 Crônicas 16:8

Offert Gode dank, en betaalt den Allerhoogste uw geloften.

Salmos 50:14

Doch ik ben ellendig en in smart; Uw heil, o God! zette mij in een hoog vertrek.

Salmos 69:30

Geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, gelijkerwijs gij geleerd zijt, overvloedig zijnde in hetzelve, met dankzegging.

Colossenses 2:7

Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.

Salmos 100:4

Dat gij in alles rijk wordt tot alle goeddadigheid, welke door ons werkt dankzegging tot God.

2 Coríntios 9:11

En de vrede Gods heerse in uw harten, tot welken gij ook geroepen zijt in een lichaam; en weest dankbaar.

Colossenses 3:15

Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid.

1 Crônicas 16:34

Zeggende: Wij danken U, Heere God almachtig, Die is, en Die was, en Die komen zal, dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst;

Apocalipse 11:17

Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.

Salmos 75:1

Dankt God in alles; want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.

1 Tessalonicenses 5:18

Noch oneerbaarheid, noch zot geklap, of gekkernij, welke niet betamen; maar veelmeer dankzegging.

Efésios 5:4

Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;

1 Timóteo 2:1