Relacionamentos

Een vriend heeft te aller tijd lief; en een broeder wordt in de benauwdheid geboren.

Provérbios 17:17

Doch zo iemand de zijnen, en voornamelijk zijn huisgenoten, niet verzorgt, die heeft het geloof verloochend, en is erger dan een ongelovige.

1 Timóteo 5:8

Eer uw vader en moeder; en: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.

Mateus 19:19

En de Heere vermeerdere u, en make u overvloedig in de liefde jegens elkander en jegens allen, gelijk wij ook zijn jegens u;

1 Tessalonicenses 3:12

Zo dan ook gijlieden, elk in het bijzonder, een iegelijk hebbe zijn eigen vrouw, alzo lief als zichzelven; en de vrouw zie, dat zij den man vreze.

Efésios 5:33

Geheel zijt gij schoon, Mijn vriendin, en er is geen gebrek aan u.

Cânticos 4:7

Ijzer scherpt men met ijzer; alzo scherpt een man het aangezicht zijns naasten.

Provérbios 27:17

Maar om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben.

1 Coríntios 7:2

Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.

Provérbios 19:14

Aleph. Wie zal een deugdelijke huisvrouw vinden? Want haar waardij is verre boven de robijnen.

Provérbios 31:10

Twee zijn beter dan een; want zij hebben een goede beloning van hun arbeid;

Eclesiastes 4:9

Want predik ik nu de mensen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Want indien ik nog mensen behaagde, zo ware ik geen dienstknecht van Christus.

Gálatas 1:10

Alzo zijn de mannen schuldig hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk hun eigen lichamen. Die zijn eigen vrouw liefheeft, die heeft zichzelven lief.

Efésios 5:28

De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud.

Provérbios 22:1

Want indien zij vallen, de een richt zijn metgezel op; maar wee den ene, die gevallen is, want er is geen tweede om hem op te helpen.

Eclesiastes 4:10

Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo; want dat is de wet en de profeten.

Mateus 7:12

Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?

2 Coríntios 6:14

Gij mannen, hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven;

Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord;

Efésios 5:25,26

Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.

Gênesis 2:18

Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere;

Want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is; en Hij is de Behouder des lichaams.

Efésios 5:22,23

Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere.

Gij mannen, hebt uw vrouwen lief, en wordt niet verbitterd tegen haar.

Colossenses 3:18,19

En indien iemand den een mocht overweldigen, zo zullen de twee tegen hem bestaan; en een drievoudig snoer wordt niet haast gebroken.

Eclesiastes 4:12

5 En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis,

6 En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid,

7 En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.

2 Pedro 1:5-7