Temor

De vreze des HEEREN is de tucht der wijsheid; en de nederigheid gaat voor de eer.

Provérbios 15:33

Dient den HEERE met vreze, en verheugt u met beving.

Salmos 2:11

De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich.

Salmos 99:1

Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.

Jeremias 5:22

Gijlieden, die den HEERE vreest! vertrouwt op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.

Salmos 115:11

Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

Salmos 112:1

Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.

Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen.

Provérbios 3:7,8

Schin. De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid; maar een vrouw, die den HEERE vreest, die zal geprezen worden.

Provérbios 31:30

Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken.

Salmos 33:8

Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

Salmos 119:120

Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.

Provérbios 22:4

En in al die sterke hand, en in al die grote verschrikking, die Mozes gedaan heeft voor de ogen van gans Israel.

Deuteronômio 34:12