Publicidade

Salmos 120

1 Kanto de suprenirado. Al la Eternulo mi vokis en mia sufero, Kaj Li aŭskultis min.2 Ho Eternulo, savu mian animon de mensoga parolo, De falsa lango.3 Kion Li donos al vi, Kaj kion Li alportos al vi, ho falsa lango?4 Akrajn sagojn de fortulo Kun karboj genistaj.5 Ve al mi, ke mi gastas en Meŝeĥ, Ke mi loĝas inter la tendoj de Kedar!6 Tro longe loĝis mia animo Inter malamantoj de paco.7 Mi estas pacema; Sed kiam mi ekparolas, ili komencas militon.

1 Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.2 O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.3 Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?4 Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.5 O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.6 Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.7 Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.

Veja também

Publicidade
Bíblia Online Bíblia Online

Bíblia Online • Versão: 2026-04-10_01-11-40-blue