Pular para o conteúdo
Publicidade

1 Coríntios 4

GBV

1 Ainsi, qu’on nous regarde Mt 24:45.2 Co 6:4.Col 1:25.Tit 1:7.comme des serviteurs de Christ, et des dispensateurs des mystères de Dieu. 2 Du reste, ce qu’on demande des dispensateurs, Lu 12:42.c’est que chacun soit trouvé fidèle. 3 Pour moi, il m’importe fort peu d’être jugé par vous, ou par un tribunal humain. Je ne me juge pas non plus moi-même, car je ne me sens coupable de rien; 4 Ex 34:7.Job 9:2.Ps 143:2.mais ce n’est pas pour cela que je suis justifié. Celui qui me juge, c’est le Seigneur. 5 Mt 7:1.Ro 2:1.C’est pourquoi ne jugez de rien avant le temps, jusqu’à ce que vienne le Seigneur, Da 7:10.Ap 20:12.qui mettra en lumière ce qui est caché dans les ténèbres, et qui manifestera les desseins des cœurs. Alors chacun recevra de Dieu la louange qui lui sera due. 6 C’est à cause de vous, frères, que j’ai fait de ces choses une application à ma personne et à celle d’Apollos, afin que vous appreniez en nos personnes Pr 3:7.Ro 12:3.à ne pas aller au-delà de ce qui est écrit, et que nul de vous ne conçoive de l’orgueil en faveur de l’un contre l’autre. 7 Car qui est-ce qui te distingue? Jn 3:27.Ja 1:17.Qu’as-tu que tu n’aies reçu? Et si tu l’as reçu, pourquoi te glorifies-tu, comme si tu ne l’avais pas reçu?

8 Déjà vous êtes rassasiés, déjà vous êtes riches, sans nous vous avez commencé à régner. Et puissiez-vous régner en effet, afin que nous aussi nous régnions avec vous! 9 Car Dieu, ce me semble, a fait de nous, apôtres, les derniers des hommes, Ps 44:23.Ro 8:36.2 Co 4:11.des condamnés à mort en quelque sorte, puisque nous avons été en Hé 10:33.spectacle au monde, aux anges et aux hommes. 10 1 Co 2:3.Nous sommes fous à cause de Christ; mais vous, vous êtes sages en Christ; nous sommes faibles, mais vous êtes forts. Vous êtes honorés, et nous sommes méprisés! 11 Jusqu’à cette heure, nous souffrons la faim, la soif, la nudité; Ac 23:2.nous sommes maltraités, errants çà et ; 12 Ac 18:3;20:34.1 Th 2:9.2 Th 3:8.nous nous fatiguons à travailler de nos propres mains; injuriés, Mt 5:44.Lu 6:28;23:34.Ac 7:60.Ro 12:14.nous bénissons; persécutés, nous supportons; 13 calomniés, nous parlons avec bonté; nous sommes devenus comme les balayures du monde, le rebut de tous, jusqu’à maintenant. 14 Ce n’est pas pour vous faire honte que j’écris ces choses; mais je vous avertis 1 Th 2:11.comme mes enfants bien-aimés. 15 Car, quand vous auriez dix mille maîtres en Christ, vous n’avez cependant pas plusieurs pères, Ac 18:11.Ga 4:19. Phm v. 10.Ja 1:18.puisque c’est moi qui vous ai engendrés en Jésus-Christ par l’Évangile. 16 Je vous en conjure donc, 1 Co 11:1.Ph 3:17.1 Th 1:6.2 Th 3:9.soyez mes imitateurs. 17 Pour cela je vous ai envoyé Timothée, qui est mon enfant bien-aimé et fidèle dans le Seigneur; il vous rappellera quelles sont mes voies en Christ, quelle est la manière dont j’enseigne partout dans toutes les Églises.

18 Quelques-uns se sont enflés d’orgueil, comme si je ne devais pas aller chez vous. 19 Mais j’irai bientôt chez vous, Ac 18:21.Hé 6:3.Ja 4:15.si c’est la volonté du Seigneur, et je connaîtrai, non les paroles, mais la puissance de ceux qui se sont enflés. 20 1 Co 2:4.1 Th 1:5.2 Pi 1:16.Car le royaume de Dieu ne consiste pas en paroles, mais en puissance. 21 Que voulez-vous? Que j’aille chez vous avec une verge, ou avec amour et dans un esprit de douceur?

1 Wij moeten worden beschouwd als dienaren van Christus en beheerders van Gods geheimen. 2 En van beheerders wordt verwacht dat ze hun betrouwbaarheid bewijzen. 3 Maar jullie oordeel, of dat van een menselijke rechtbank, is voor mij van weinig belang. Ik beoordeel mezelf evenmin. 4 Ik ben me niet bewust van iets dat ik verkeerd zou hebben gedaan, maar dat spreekt mij niet vrij. Het is namelijk de Heer die mij beoordeelt. 5 Vel dus geen oordeel vooraleer de tijd daarvoor is aangebroken, maar wacht tot de Heer komt. Dan zal Hij aan het licht brengen wat nu nog in het donker verborgen is en blootleggen wat in het hart van de mensen omgaat. En dan zal iedereen van God de lof ontvangen die hem toekomt.

6 Broeders en zusters, het is omwille van jullie dat ik deze principes op mijzelf en Apollos heb toegepast. Dan kunnen jullie van ons voorbeeld leren wat het betekent om je te houden aan hetgeen in de Schriften staat en niet te dwepen met de ene ten koste van de andere. 7 Want wat maakt jou anders dan de ander? En wat heb jij dat je niet hebt ontvangen? En als je het hebt ontvangen, waarom poch je er dan over, alsof het geen geschenk was? 8 Jullie hebben zogezegd alles wat je nodig hebt, jullie zijn reeds rijk geworden, jullie zijn reeds machtig geworden en dat zonder ons! Was het maar waar dat jullie machtig zijn geworden; dan zouden wij in jullie macht kunnen delen! 9 Ik heb namelijk de indruk dat God ons, apostelen, volledig achteraan in de rij heeft gezet, zoals de ter dood veroordeelden in de arena. Wij zijn een schouwspel geworden voor de hele wereld, voor zowel engelen als mensen. 10 Wij zijn dwazen omwille van Christus, maar jullie zijn verstandig. Wij zijn zwak, maar jullie zijn sterk. Jullie worden geëerd, maar wij worden geminacht. 11 Tot nu toe lijden wij honger en dorst. Wij zijn pover gekleed, worden geslagen en hebben geen vaste woonplaats. 12 Wij verdienen zwoegend onze eigen kost. Wanneer we worden verwenst, zegenen we. Wanneer we worden vervolgd, verdragen we dat. 13 Wanneer we worden belasterd, geven we een vriendelijk antwoord. Wij zijn het uitschot van de wereld geworden, het afval van de maatschappij, en we zijn dat nog altijd.

14 Ik schrijf deze dingen niet om jullie te beschamen, maar om jullie terecht te wijzen als mijn dierbare kinderen. 15 Jullie hebben weliswaar duizenden opvoeders in het christelijk geloof, maar niet veel vaders. Door het evangelie ben ik echter jullie vader in het geloof in Christus Jezus geworden. 16 En ik spoor jullie aan om mijn voorbeeld te volgen. 17 Het is daarom dat ik Timoteüs naar jullie toe stuur. Hij is mijn dierbare en trouwe kind in het geloof in de Heer en hij zal jullie geheugen opfrissen over mijn christelijke levenswijze, zoals ik die overal in iedere kerkgemeenschap aan de mensen leer. 18 Sommigen van jullie zijn verwaand geworden; zij denken dat ik niet bij jullie zal komen. 19 Maar binnenkort kom ik naar jullie toe als de Heer het wil en dan zal ik te weten komen of de praatjes van die verwaande mensen enige kracht bevatten. 20 Want Gods heerschappij komt niet tot uiting door middel van praatjes, maar door machtige daden. 21 Wat willen jullie? Zal ik bij jullie komen met de stok of met een liefdevolle, zachtmoedige houding?

Veja também