Pular para o conteúdo
Publicidade

1 Coríntios 8

GBV

Réponse aux questions des Corinthiens sur les viandes sacrifiées aux idoles

1 Pour ce qui concerne les viandes sacrifiées aux idoles, nous savons que nous avons tous la connaissance. La connaissance enfle, mais la charité édifie. 2 Si quelqu’un croit savoir quelque chose, il n’a pas encore connu comme il faut connaître. 3 Mais si quelqu’un aime Dieu, celui-là est connu de lui. 4 Ro 14:4.Pour ce qui est donc de manger des viandes sacrifiées aux idoles, nous savons 1 Co 10:19.qu’il n’y a point d’idole dans le monde, De 4:39.Ép 4:6.et qu’il n’y a qu’un seul Dieu. 5 Car, s’il est des êtres qui sont appelés dieux, soit dans le ciel, soit sur la terre, comme il existe réellement plusieurs dieux et plusieurs seigneurs, 6 Mal 2:10.Ép 4:6.néanmoins pour nous il n’y a qu’un seul Dieu, le Père, Ro 11:36.de qui viennent toutes choses et pour qui nous sommes, Jn 13:13.1 Co 12:3.Ph 2:11.et un seul Seigneur, Jésus-Christ, par qui sont toutes choses et par qui nous sommes. 7 Mais cette connaissance n’est pas chez tous. 1 Co 10:28.Quelques-uns, d’après la manière dont ils envisagent encore l’idole, mangent de ces viandes comme étant sacrifiées aux idoles, et leur conscience, qui est faible, en est souillée. 8 Ro 14:17.Ce n’est pas un aliment qui nous rapproche de Dieu: si nous en mangeons, nous n’avons rien de plus; si nous n’en mangeons pas, nous n’avons rien de moins. 9 Ga 5:13.Prenez garde, toutefois, que votre liberté ne devienne une pierre d’achoppement pour les faibles. 10 Car, si quelqu’un te voit, toi qui as de la connaissance, assis à table dans un temple d’idoles, sa conscience, à lui qui est faible, ne le portera-t-elle pas à manger des viandes sacrifiées aux idoles? 11 Ro 14:15.Et ainsi le faible périra par ta connaissance, le frère pour lequel Christ est mort! 12 En péchant de la sorte contre les frères, et en blessant leur conscience faible, vous péchez contre Christ. 13 Ro 14:21.2 Co 11:29.C’est pourquoi, si un aliment scandalise mon frère, je ne mangerai jamais de viande, afin de ne pas scandaliser mon frère.

1 En dan nu over voedsel dat aan afgoden gewijd is. Zoals wij weten beschikken wij allen over kennis. Maar kennis maakt verwaand; de liefde daarentegen bouwt op. 2 Als iemand meent dat hij iets weet, dan weet hij nog niet zoals hij behoort te weten. 3 Maar als iemand God liefheeft, dan kent God hem. 4 Dus wat het voedsel betreft dat aan afgoden gewijd is: wij weten dat geen enkele afgod in de wereld werkelijk bestaat en dat er maar één God is. 5 Want zelfs als er zogenaamde goden zijn, in de hemel of op aarde en er zijn veel van die "goden" en "machten" 6 wij weten dat er slechts één God is de Vader dankzij Wie alles bestaat en voor Wie wij leven en één machtige Heer Jezus Christus, door Wie alles bestaat en door Wie wij leven. 7 Maar niet iedereen beseft dit. Sommige mensen zijn nog zo aan afgoden gewend, dat hun geweten dat overgevoelig is verontreinigd raakt wanneer zij voedsel eten dat aan een afgod gewijd is. 8 Voedsel brengt ons echter niet dichter bij God. We zijn niet slechter af wanneer we iets niet eten en niet beter wanneer we het wel eten. 9 Maar pas op dat je geen struikelblok voor de zwakkere persoon vormt door van je rechten gebruik te maken. 10 Want als iemand jou, die dat allemaal beseft, in een afgodentempel ziet eten, dan wordt de persoon met een overgevoelig geweten toch aangezet om voedsel te eten dat aan afgoden is gewijd? 11 Dan wordt deze zwakkere broeder of zuster, voor wie Christus gestorven is, te gronde gericht door jouw kennis. 12 Door zo tegen je geloofsgenoten te zondigen en hun geweten te kwetsen wanneer dat overgevoelig is, zondig je tegen Christus. 13 Dus als hetgeen ik eet mijn geloofsgenoot doet struikelen, dan zal ik nooit meer vlees eten, om te voorkomen dat ik mijn geloofsgenoot doe struikelen.

Veja também