Pular para o conteúdo
Publicidade

Atos 8

GBV

1 Ac 22:20.Saul avait approuvé le meurtre d’Étienne.

Persécution à Jérusalem. Dispersion des disciples dans les contrées voisines. Le diacre Philippe prêche le Christ dans une ville de Samarie. Simon le magicien

Il y eut, ce jour-là, une grande persécution contre l’Église de Jérusalem; Ac 11:19.et tous, excepté les apôtres, se dispersèrent dans les contrées de la Judée et de la Samarie. 2 Des hommes pieux ensevelirent Étienne, Ge 23:2;50:10.2 S 3:31.et le pleurèrent à grand bruit. 3 Ac 9:1;22:4;26:9.1 Co 15:9.Ga 1:13.1 Ti 1:13.Saul, de son côté, ravageait l’Église; pénétrant dans les maisons, il en arrachait hommes et femmes, et les faisait jeter en prison. 4 Ceux qui avaient été dispersés Mt 10:23.Ac 11:19.allaient de lieu en lieu, annonçant la bonne nouvelle de la parole. 5 Philippe, étant descendu dans la ville de Samarie, y prêcha le Christ. 6 Les foules tout entières étaient attentives à ce que disait Philippe, lorsqu’elles apprirent et virent les miracles qu’il faisait. 7 Mc 16:17.Ac 5:16;16:18;19:11.Car des esprits impurs sortirent de plusieurs démoniaques, en poussant de grands cris, et beaucoup de paralytiques et de boiteux furent guéris. 8 Et il y eut une grande joie dans cette ville. 9 Il y avait auparavant dans la ville un homme nommé Simon, qui, se donnant pour un personnage important, exerçait Ac 13:6.la magie et provoquait l’étonnement du peuple de la Samarie. 10 Tous, depuis le plus petit jusqu’au plus grand, l’écoutaient attentivement, et disaient: Celui-ci est la puissance de Dieu, celle qui s’appelle la grande. 11 Ils l’écoutaient attentivement, parce qu’il les avait longtemps étonnés par ses actes de magie. 12 Mais, quand ils eurent cru à Philippe, qui leur annonçait la bonne nouvelle du royaume de Dieu et du nom de Jésus-Christ, hommes et femmes se firent baptiser. 13 Simon lui-même crut, et, après avoir été baptisé, il ne quittait plus Philippe, et il voyait avec étonnement les miracles et les grands prodiges qui s’opéraient.

Pierre et Jean en Samarie

14 Les apôtres, qui étaient à Jérusalem, ayant appris que la Samarie avait reçu la parole de Dieu, y envoyèrent Pierre et Jean. 15 Ceux-ci, arrivés chez les Samaritains, prièrent pour eux, afin qu’ils reçussent le Saint-Esprit. 16 Car il n’était encore descendu sur aucun d’eux; ils avaient seulement été baptisés au nom du Seigneur Jésus. 17 Ac 6:6;13:3;19:6.1 Ti 4:14;5:22.2 Ti 1:6.Alors Pierre et Jean leur imposèrent les mains, et ils reçurent le Saint-Esprit. 18 Lorsque Simon vit que le Saint-Esprit était donné par l’imposition des mains des apôtres, il leur offrit de l’argent, 19 en disant: Accordez-moi aussi ce pouvoir, afin que celui à qui j’imposerai les mains reçoive le Saint-Esprit. 20 Mais Pierre lui dit: Que ton argent périsse avec toi, Mt 10:8.puisque tu as cru que le don de Dieu s’acquérait à prix d’argent! 21 Il n’y a pour toi ni part ni lot dans cette affaire, car ton cœur n’est pas droit devant Dieu. 22 Repens-toi donc de ta méchanceté, et prie le Seigneur pour que la pensée de ton cœur te soit pardonnée, s’il est possible; 23 car je vois que tu es dans un fiel amer et dans les liens de l’iniquité. 24 Simon répondit: No 21:7.Priez vous-mêmes le Seigneur pour moi, afin qu’il ne m’arrive rien de ce que vous avez dit. 25 Après avoir rendu témoignage à la parole du Seigneur, et après l’avoir prêchée, Pierre et Jean retournèrent à Jérusalem, en annonçant la bonne nouvelle dans plusieurs villages des Samaritains.

Le diacre Philippe et l’eunuque éthiopien

26 Un ange du Seigneur, s’adressant à Philippe, lui dit: Lève-toi, et va du côté du midi, sur le chemin qui descend de Jérusalem à Gaza, celui qui est désert. 27 Il se leva, et partit. Et voici, un Éthiopien, un eunuque, ministre de Candace, reine d’Éthiopie, et surintendant de tous ses trésors, Jn 12:20.venu à Jérusalem pour adorer, 28 s’en retournait, assis sur son char, et lisait le prophète Ésaïe. 29 L’Esprit dit à Philippe: Avance, et approche-toi de ce char. 30 Philippe accourut, et entendit l’Éthiopien qui lisait le prophète Ésaïe. Il lui dit: Comprends-tu ce que tu lis? 31 Il répondit: Comment le pourrais-je, si quelqu’un ne me guide? Et il invita Philippe à monter et à s’asseoir avec lui. 32 És 53:7.Le passage de l’Écriture qu’il lisait était celui-ci:

Il a été mené comme une brebis à la boucherie;

Et, comme un agneau muet devant celui qui le tond,

Il n’a point ouvert la bouche.

33 Dans son humiliation, son jugement a été levé.

Et sa postérité, qui la dépeindra?

Car sa vie a été retranchée de la terre.

34 L’eunuque dit à Philippe: Je te prie, de qui le prophète parle-t-il ainsi? Est-ce de lui-même, ou de quelque autre? 35 Alors Philippe, ouvrant la bouche et commençant par ce passage, Lu 24:45.lui annonça la bonne nouvelle de Jésus. 36 Comme ils continuaient leur chemin, ils rencontrèrent de l’eau. Et l’eunuque dit: Voici de l’eau; Ac 10:47.qu’est-ce qui empêche que je sois baptisé? 37 Philippe dit: Si tu crois de tout ton cœur, cela est possible. L’eunuque répondit: Je crois que Jésus-Christ est le Fils de Dieu. 38 Il fit arrêter le char; Philippe et l’eunuque descendirent tous deux dans l’eau, et Philippe baptisa l’eunuque. 39 Quand ils furent sortis de l’eau, l’Esprit du Seigneur enleva Philippe, et l’eunuque ne le vit plus. Tandis que, joyeux, il poursuivait sa route, 40 Philippe se trouva dans Azot, d’où il alla jusqu’à Césarée, en évangélisant toutes les villes par lesquelles il passait.

1 Saulus stemde in met de moord op Stefanus. Diezelfde dag barstte er een grote vervolging van de kerkgemeenschap in Jeruzalem los; met uitzondering van de apostelen raakten allen verspreid over de gebieden Judea en Samaria. 2 Stefanus werd begraven door mensen die God respecteerden en er werd diep om hem gerouwd. 3 Maar Saulus begon de kerkgemeenschap te gronde te richten: hij drong het ene huis na het andere binnen, sleurde zowel mannen als vrouwen weg en liet hen gevangenzetten.

4 Zij die verspreid raakten, trokken rond en verkondigden het evangelie. 5 Filippus ging naar de stad Samaria en verkondigde daar de Messias. 6 Toen de mensenmassa Filippus hoorde spreken en de wonderlijke tekenen zag die hij deed, luisterde iedereen geboeid naar zijn boodschap. 7 Bij veel mensen met onreine geesten kwamen die luid schreeuwend naar buiten en velen die verlamd of slecht ter been waren, werden genezen. 8 Daarom was er veel vreugde in die stad.

9 Nu was er iemand die Simon heette en die al enige tijd magie had bedreven in de stad. Hij deed de mensen van Samaria versteld staan en beweerde dat hij een bijzonder persoon was. 10 Alle mensen, van de geringste tot de aanzienlijkste, luisterden geboeid naar hem en zeiden: "Hij is de god die de Grote Macht wordt genoemd." 11 Ze luisterden zo geboeid naar hem omdat zijn magie lange tijd indruk op hen had gemaakt. 12 Maar toen ze Filippus gingen geloven, die het goede nieuws over Gods koninkrijk en over Jezus Christus verkondigde, werden ze gedoopt, zowel mannen als vrouwen. 13 Ook Simon zelf kwam tot geloof. Hij werd gedoopt en bleef voortdurend bij Filippus in de buurt, want hij was onder de indruk van de tekenen en grote wonderen die hij zag. 14 Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat Samaria het Woord van God had aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar de nieuwe gelovigen. 15 Eenmaal aangekomen baden ze voor hen, dat ze de Heilige Geest mochten ontvangen, 16 want Hij was op nog geen van hen neergedaald; ze waren enkel gedoopt in de naam van de Heer Jezus. 17 Toen legden Petrus en Johannes hun de handen op en ontvingen zij de Heilige Geest. 18 Toen Simon zag dat de Geest werd gegeven via handoplegging door de apostelen, bood hij hun geld aan en zei: 19 "Geef mij ook deze macht, zodat iedereen bij wie ik de handen opleg, de Heilige Geest zal ontvangen." 20 Maar Petrus zei tegen hem: "Laat jouw geld samen met jou ten onder gaan als je denkt dat je Gods gave met geld kan kopen. 21 Jij krijgt geen enkel aandeel in wat wij doen, want je houding tegenover God is niet oprecht. 22 Bekeer je dus van dit kwaad en bid de Heer om je te vergeven voor de slechte bedoelingen in je hart, 23 want ik zie dat je vol afgunst bent en in het kwaad verstrikt zit." 24 Simon antwoordde: "Bid voor mij tot de Heer, dat niets van wat jullie hebben gezegd mij zal overkomen."

25 Nadat Petrus en Johannes hadden gepredikt en het Woord van de Heer hadden gesproken, keerden ze terug naar Jeruzalem. Onderweg verkondigden ze in veel Samaritaanse dorpen het evangelie. 26 En tegen Filippus zei een engel van de Heer: "Ga op reis in zuidelijke richting, naar de weg van Jeruzalem naar Gaza." Dit is een verlaten weg. 27 Daarom ging hij op pad. Daar bevond zich een Ethiopiër, een eunuch van de hofhouding van de kandake, de Ethiopische koningin. Hij beheerde haar hele schatkist en was naar Jeruzalem geweest om God te aanbidden. 28 Op de terugweg zat hij in zijn wagen het boek van de profeet Jesaja te lezen. 29 Toen zei de Geest tegen Filippus: "Ga naar die wagen toe en blijf erbij." 30 Toen Filippus erheen ging, hoorde hij de Ethiopiër uit de profeet Jesaja voorlezen. Hij vroeg hem: "Begrijpt u wat u aan het lezen bent?" 31 Hij antwoordde: "Hoe zou ik dat kunnen zonder dat iemand mij uitleg geeft?" En hij stond erop dat Filippus zou instappen en bij hem zou komen zitten. 32 Hij was het volgende Schriftgedeelte aan het lezen:

"Hij werd als een schaap naar de slacht geleid,

als een lam dat stil is bij zijn scheerder deed hij zijn mond niet open.

33 In zijn vernedering werd zijn recht hem ontnomen.

Wie kan over zijn afstammelingen vertellen?

Want zijn leven werd van de aarde weggenomen."

34 De eunuch vroeg aan Filippus: "Mag ik u vragen over wie de profeet het hier heeft? Over zichzelf of iemand anders?" 35 Filippus begon te vertellen en met dit Schriftgedeelte als uitgangspunt verkondigde hij hem het evangelie van Jezus. 36 Terwijl ze nog onderweg waren, kwamen ze bij water. De eunuch zei: "Kijk, water! Wat zou mij ervan weerhouden om gedoopt te worden?" 38 Hij liet de wagen tot stilstand brengen, ze gingen allebei het water in en Filippus doopte de eunuch. 39 En toen ze uit het water kwamen, nam de Geest van de Heer Filippus weg. De eunuch zag hem niet meer, en hij vervolgde zijn reis vol vreugde. 40 Filippus bleek in Azotus te zijn. Hij verkondigde het evangelie in alle steden waar hij langstrok, totdat hij in Caesarea aankwam.

Veja também