Pular para o conteúdo
Publicidade

Hebreus 1

GBV

Le Fils, par lequel Dieu s’est révélé, est supérieur aux anges. Son abaissement volontaire a eu pour but le salut des hommes

1 Après avoir autrefois, à plusieurs reprises et de plusieurs manières, parlé à nos pères par les prophètes, 2 Dieu, dans ces derniers temps, nous a parlé par le Fils, Mt 21:38.qu’il a établi héritier de toutes choses, Ge 1:3.Ps 33:6.Jn 1:3.Ép 3:9.Col 1:16.par lequel il a aussi créé le monde, 3 et 2 Co 4:4.Ph 2:6.Col 1:15.qui, étant le reflet de sa gloire et l’empreinte de sa personne, et soutenant toutes choses par sa parole puissante, a fait la purification des péchés et s’est assis à la droite de la majesté divine dans les lieux très hauts, 4 devenu d’autant supérieur aux anges qu’il a hérité d’un nom Ph 2:9.plus excellent que le leur.

5 Car auquel des anges Dieu a-t-il jamais dit:

Ps 2:7.Ac 13:33.Hé 5:5.Tu es mon Fils,

Je t’ai engendré aujourd’hui?

Et encore:

2 S 7:14.1 Ch 22:10.Je serai pour lui un père, et il sera pour moi un fils?

6 Et lorsqu’il introduit de nouveau dans le monde le premier-né, il dit:

Ps 97:7.Que tous les anges de Dieu l’adorent!

7 De plus, il dit des anges:

Ps 104:4.Celui qui fait de ses anges des vents,

Et de ses serviteurs une flamme de feu.

8 Mais il a dit au Fils:

Ps 45:7.Ton trône, ô Dieu, est éternel;

Le sceptre de ton règne est un sceptre d’équité;

9 Tu as aimé la justice, et tu as haï l’iniquité;

c’est pourquoi, ô Dieu, ton Dieu t’a oint

d’une huile de joie au-dessus de tes égaux.

10 Et encore:

Ps 102:26.Toi, Seigneur, tu as au commencement fondé la terre,

Et les cieux sont l’ouvrage de tes mains;

11 És 51:6.2 Pi 3:7,10.Ils périront, mais tu subsistes;

Ils vieilliront tous comme un vêtement,

12 Tu les rouleras comme un manteau et ils seront changés;

Mais toi, tu restes le même,

Et tes années ne finiront point.

13 Et auquel des anges a-t-il jamais dit:

Ps 110:1.Ac 2:34.1 Co 15:25.Ép 1:20.Hé 10:12.Assieds-toi à ma droite,

Jusqu’à ce que je fasse de tes ennemis ton marchepied?

14 Ne sont-ils pas tous des esprits au service de Dieu, envoyés pour exercer un ministère en faveur de ceux qui doivent hériter du salut?

1 In het verleden heeft God op allerlei verschillende manieren tot onze voorouders gesproken via de profeten. 2 Maar nu, aan het einde van de tijd, spreekt Hij tot ons door de Zoon, die door Hem is aangesteld tot uiteindelijke eigenaar van alles wat bestaat. Ook heeft Hij door Hem het heelal gemaakt. 3 De Zoon is de afstraling van Gods luister en de afspiegeling van zijn wezen. Hij onderhoudt alles wat bestaat met zijn krachtig bevel en nadat Hij het mogelijk heeft gemaakt om van onze zonden te worden gereinigd, heeft Hij plaatsgenomen aan de rechterzijde van de allerhoogste Majesteit.

4 De Zoon heeft een hogere positie verkregen dan de engelen, en een naam die de hunne overstijgt. 5 Immers, tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: "Jij bent mijn Zoon, vandaag heb Ik Je verwekt", of ook: "Ik zal zijn Vader zijn en Hij zal mijn Zoon zijn"? 6 Bovendien zei God, toen Hij de Eerstgeboren Zoon naar de wereld stuurde: "Hem moeten al Gods engelen aanbidden." 7 Over de engelen zegt God: "Hij maakt dat zijn engelen zijn als de wind en zijn dienaren als vuurvlammen", 8 maar over de Zoon zegt Hij: "Uw troon, o God, houdt stand voor eeuwig en altijd" en: "U heerst in alle rechtvaardigheid over uw koninkrijk. 9 U houdt van gerechtigheid en haat wetteloosheid. Daarom, o God, heeft uw God U boven uw metgezellen gesteld en U met vreugde gezalfd als met olie." 10 Ook zegt God: "In het begin legde U, Heer, de fundering van de aarde; ook de hemelen zijn door U gemaakt. 11 Zij zullen vergaan, maar U blijft bestaan. Als een kledingstuk zullen ze verslijten. 12 Als een mantel zal U hen oprollen, als een kledingstuk zullen ze worden verwisseld; maar U blijft altijd dezelfde en er komt geen einde aan uw bestaan." 13 Tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: "Neem plaats aan mijn rechterzijde, totdat Ik je vijanden aan je heb onderworpen."? 14 Integendeel, alle engelen zijn geesten in dienst van God; ze worden uitgezonden ten behoeve van de mensen die de redding zullen ontvangen.

Veja também