Pular para o conteúdo
Publicidade

Hebreus 8

GBV

Jésus est un souverain sacrificateur supérieur à ceux de l’ancienne alliance (suite). Son sacerdoce le constitue médiateur d’une alliance nouvelle et définitive. Son sacrifice est unique et parfait

1 Le point capital de ce qui vient d’être dit, Hé 3:1;4:14;6:20;9:11.c’est que nous avons un tel souverain sacrificateur, Ép 1:20.Col 3:1.Hé 12:2.qui s’est assis à la droite du trône de la majesté divine dans les cieux, 2 comme ministre du sanctuaire et du véritable tabernacle, qui a été dressé par le Seigneur et non par un homme. 3 Tout souverain sacrificateur est établi pour présenter des offrandes et des sacrifices; Ép 5:2.d’où il est nécessaire que celui-ci ait aussi quelque chose à présenter. 4 S’il était sur la terre, il ne serait pas même sacrificateur, puisque sont ceux qui présentent les offrandes selon la loi 5 (Col 2:17.Hé 10:1.lesquels célèbrent un culte, image et ombre des choses célestes, selon que Moïse en fut divinement averti Ex 25:40.Ac 7:44.lorsqu’il allait construire le tabernacle: Aie soin, lui fut-il dit, de faire tout d’après le modèle qui t’a été montré sur la montagne). 6 2 Co 3:6.Mais maintenant il a obtenu un ministère d’autant supérieur qu’il est le médiateur d’une alliance plus excellente, qui a été établie sur de meilleures promesses.

7 En effet, si la première alliance avait été sans défaut, il n’aurait pas été question de la remplacer par une seconde. 8 Car c’est avec l’expression d’un blâme que le Seigneur dit à Israël:

Jé 31:31,32,33,34.Voici, les jours viennent, dit le Seigneur,

je ferai avec la maison d’Israël et la maison de Juda

Une alliance nouvelle,

9 non comme l’alliance que je traitai avec leurs pères,

le jour je les saisis par la main

pour les faire sortir du pays d’Égypte;

car ils n’ont pas persévéré dans mon alliance,

et moi aussi je ne me suis pas soucié d’eux, dit le Seigneur.

10 Mais voici l’alliance que je ferai avec la maison d’Israël,

après ces jours-là, dit le Seigneur:

Jé 31:33.je mettrai mes lois dans leur esprit,

je les écrirai dans leur cœur;

Za 8:8.et je serai leur Dieu,

et ils seront mon peuple.

11 Jn 6:45,65.1 Jn 2:27.Aucun n’enseignera plus son concitoyen,

ni aucun son frère, en disant:

Connais le Seigneur!

Car tous me connaîtront,

depuis le plus petit jusqu’au plus grand d’entre eux;

12 parce que je pardonnerai leurs iniquités,

et que je ne me souviendrai plus de leurs péchés.

13 En disant: une alliance nouvelle, il a déclaré la première ancienne; or, ce qui est ancien, ce qui a vieilli, est près de disparaître.

1 Wat we tot nu toe hebben besproken komt hierop neer: we hebben een hogepriester die aan de rechterzijde van de koningstroon in de hemel heeft plaatsgenomen, 2 en die dienstdoet in het heiligdom, de ware tabernakel, de tent die niet door mensen maar door de Heer is opgericht. 3 Iedere hogepriester wordt aangesteld om geschenken en offers te brengen, en ook deze Hogepriester moest iets hebben om te offeren. 4 Als Hij op aarde zou zijn, zou Hij zelfs geen priester zijn, want hier zijn al priesters die offers brengen volgens de voorschriften van de Wet. 5 Zij vereren een kopie, een schaduw van de hemelse werkelijkheid. Daarom is tegen Mozes gezegd, toen hij de tabernakel zou inrichten: "Zorg ervoor dat je alles maakt volgens het voorbeeld dat op de berg aan je is getoond." 6 In feite heeft Jezus een belangrijker taak gekregen, als bemiddelaar van een beter verbond dat gebaseerd is op betere beloften. 7 Als met het eerste verbond niets mis zou zijn, dan zou er geen reden zijn om naar iets anders te zoeken. 8 Maar God berispt de Israëlieten met de woorden: "Er komt een tijd, zegt de Heer, dat Ik een nieuw verbond sluit met het volk van Israël en met het volk van Juda. 9 Het zal niet zijn zoals het verbond dat Ik met hun voorouders sloot, toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond niet nageleefd en daarom heb Ik Me van hen afgekeerd, zegt de Heer. 10 Maar dit is het verbond dat Ik met het volk Israël zal sluiten, zegt de Heer: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen en in hun hart schrijven; Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. 11 Niemand zal zijn volksgenoot meer hoeven onderrichten of tegen zijn verwanten hoeven zeggen: Leer de Heer kennen, want iedereen van de geringste tot de aanzienlijkste zal Mij kennen. 12 Ik zal hun wandaden vergeven en niet langer aan hun zonden denken." 13 Door dit verbond nieuw te noemen, heeft Hij het eerste verouderd verklaard, en wat verouderd is en zijn tijd heeft gehad, zal spoedig verdwijnen.

Veja também