Pular para o conteúdo
Publicidade

Hebreus 4

GBV

1 Craignons donc, tandis que la promesse d’entrer dans son repos subsiste encore, qu’aucun de vous ne paraisse être venu trop tard. 2 Car cette bonne nouvelle nous a été annoncée aussi bien qu’à eux; mais la parole qui leur fut annoncée ne leur servit de rien, parce qu’elle ne trouva pas de la foi chez ceux qui l’entendirent. 3 Pour nous qui avons cru, nous entrons dans le repos, selon qu’il dit:

Ps 25:11.Je jurai dans ma colère:

Ils n’entreront pas dans mon repos!

Il dit cela, quoique ses œuvres eussent été achevées depuis la création du monde. 4 Car il a parlé quelque part ainsi du septième jour: Ge 2:2.Ex 20:11;31:17.Et Dieu se reposa de toutes ses œuvres le septième jour. 5 Et ici encore:

Ils n’entreront pas dans mon repos! 6 Or, puisqu’il est encore réservé à quelques-uns d’y entrer, et que ceux à qui d’abord la promesse a été faite n’y sont pas entrés à cause de leur désobéissance, 7 Dieu fixe de nouveau un jour, aujourd’hui, en disant dans David si longtemps après, comme il est dit plus haut:

Ps 95:7.Hé 3:7.Aujourd’hui, si vous entendez sa voix,

N’endurcissez pas vos cœurs. 8 Car, si Josué leur eût donné le repos, il ne parlerait pas après cela d’un autre jour. 9 Il y a donc un repos de sabbat réservé au peuple de Dieu. 10 Car celui qui entre dans le repos de Dieu se repose de ses œuvres, comme Dieu s’est reposé des siennes. 11 Efforçons-nous donc d’entrer dans ce repos, afin que personne ne tombe en donnant le même exemple de désobéissance. 12 Car la parole de Dieu est vivante et efficace, plus tranchante Ec 12:11.És 49:2.Ép 6:17.qu’une épée quelconque à deux tranchants, pénétrante jusqu’à partager âme et esprit, jointures et mœlles; elle juge les sentiments et les pensées du cœur. 13 Ps 33:13.Nulle créature n’est cachée devant lui, mais tout est à nu et à découvert aux yeux de celui à qui nous devons rendre compte.

Jésus est un souverain sacrificateur supérieur à ceux de l’ancienne alliance. Son sacerdoce, semblable à celui de Melchisédek, subsiste éternellement et implique l’abolition du sacerdoce lévitique

14 Hé 3:1;6:20;8:1;9:11.Ainsi, puisque nous avons un grand souverain sacrificateur qui a traversé les cieux, Jésus, le Fils de Dieu, demeurons fermes dans la foi que nous professons. 15 Hé 2:18.Car nous n’avons pas un souverain sacrificateur qui ne puisse compatir à nos faiblesses; Ph 2:7.au contraire, il a été tenté comme nous en toutes choses, És 53:9.2 Co 5:21.1 Pi 2:22.1 Jn 3:5.sans commettre de péché. 16 Approchons-nous donc avec assurance Ro 3:25.du trône de la grâce, afin d’obtenir miséricorde et de trouver grâce, pour être secourus dans nos besoins.

1 De belofte dat we de rust die God aanbiedt mogen ervaren is nog steeds van kracht. Waak er dus over dat niemand van jullie alsnog blijkt tekort te schieten. 2 Want net als zij eertijds, hebben ook wij het goede nieuws gehoord. Het horen van de boodschap heeft hen echter niet gebaat, omdat het horen bij hen niet gepaard ging met geloof. 3 Wij die tot geloof gekomen zijn, hebben die rust wél ervaren. Het is zoals God heeft gezegd: "Ik was zo kwaad dat Ik zwoer dat ze de rust die Ik aanbied nooit zouden ervaren." En dat terwijl Gods werk al sinds de schepping van de wereld af is. 4 Hij zegt ergens over de zevende dag: "En op de zevende dag vond God rust van al het werk dat Hij gedaan had." 5 Maar hier lezen we: "Ze zullen de rust die Ik aanbied nooit ervaren." 6 De mogelijkheid om die rust te ervaren bestaat dus nog, maar zij die aanvankelijk het goede nieuws over de rust hadden gehoord, mochten die niet ervaren. 7 Daarom heeft God opnieuw een dag aangeduid die als "vandaag" geldt. Zoals we hebben gezien zei Hij veel later bij monde van David: "Als jullie vandaag zijn stem horen, wees dan niet eigenzinnig." 8 Als Jozua hun die rust zou hebben gegeven, dan zou God later niet over een tweede kans hebben gesproken. 9 Er blijft dus een sabbatsrust beschikbaar voor Gods volk. 10 Want wie Gods rust heeft ervaren, mag rust vinden van het werk dat hij heeft gedaan, zoals God rust vond van het werk dat Hij had gedaan. 11 Laten we daarom ons best doen om die rust te ervaren laat niemand te gronde gaan door het voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen dat de Israëlieten destijds hebben gegeven. 12 Wat God zegt is namelijk levend, krachtig en scherper dan eender welk tweesnijdend zwaard. Het snijdt diep, tot waar zowel ziel en geest als gewrichten en merg elkaar raken, en het kan onze diepste gedachten en motieven ontleden. 13 Niets van wat geschapen is, is voor Hem verborgen; het is allemaal open en bloot zichtbaar voor Hem aan Wie we verantwoording zullen moeten afleggen.

14 Wij hebben een verheven hogepriester, die de hemel is binnengegaan: Jezus, de Zoon van God. Laten we daarom vasthouden aan het geloof dat we belijden. 15 Wij hebben immers geen hogepriester die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een die in alle opzichten net als wij op de proef is gesteld, echter zonder te zondigen. 16 Laten we daarom vrijmoedig de troon van de genadige God benaderen, opdat we, telkens wanneer we hulp nodig hebben, mededogen en genade mogen ontvangen.

Veja também