Pular para o conteúdo
Publicidade

Hebreus 12

GBV

La persévérance au milieu des épreuves, à l’exemple de Jésus-Christ

1 Nous donc aussi, puisque nous sommes environnés d’une si grande nuée de témoins, Ro 6:4.Ép 4:22.Col 3:8.1 Pi 2:1,2.rejetons tout fardeau, et le péché qui nous enveloppe si facilement, et Ro 12:12.Hé 10:36.courons 1 Co 9:24.avec persévérance dans la carrière qui nous est ouverte, 2 ayant les regards sur Jésus, le chef et le consommateur de la foi, qui, Lu 24:26. Ph 2:8, 9, etc.1 Pi 1:11.en vue de la joie qui lui était réservée, a souffert la croix, méprisé l’ignominie, et s’est assis à la droite Hé 1:3;8:1.du trône de Dieu. 3 Considérez, en effet, celui qui a supporté contre sa personne une telle opposition de la part des pécheurs, afin que vous ne vous lassiez point, l’âme découragée.

4 1 Co 10:13.Vous n’avez pas encore résisté jusqu’au sang, en luttant contre le péché. 5 Et vous avez oublié l’exhortation qui vous est adressée comme à des fils:

Job 5:17.Pr 3:11.Ap 3:19.Mon fils, ne méprise pas le châtiment du Seigneur,

et ne perds pas courage lorsqu’il te reprend;

6 car le Seigneur châtie celui qu’il aime,

et il frappe de la verge tous ceux qu’il reconnaît pour ses fils.

7 Supportez le châtiment: c’est comme des fils que Dieu vous traite; car quel est le fils qu’un père ne châtie pas? 8 Mais si vous êtes exempts du châtiment auquel tous ont part, vous êtes donc des enfants illégitimes, et non des fils. 9 D’ailleurs, puisque nos pères selon la chair nous ont châtiés, et que nous les avons respectés, ne devons-nous pas à bien plus forte raison nous soumettre au Père des esprits, pour avoir la vie? 10 Nos pères nous châtiaient pour peu de jours, comme ils le trouvaient bon; mais Dieu nous châtie pour notre bien, afin que nous participions à sa sainteté. 11 Il est vrai que tout châtiment semble d’abord un sujet de tristesse, et non de joie; mais il produit plus tard pour ceux qui ont été ainsi exercés un fruit paisible de justice.

La sanctification. Préceptes divers

12 És 35:3.Fortifiez donc vos mains languissantes et vos genoux affaiblis; 13 et suivez avec vos pieds des voies droites, afin que ce qui est boiteux ne dévie pas, mais plutôt se raffermisse. 14 Ro 12:18.2 Ti 2:22.Recherchez la paix avec tous, et Mt 5:8.la sanctification, sans laquelle personne ne verra le Seigneur. 15 2 Co 6:1.Veillez à ce que nul ne se prive de la grâce de Dieu; à ce qu’aucune De 29:18.racine d’amertume, poussant des rejetons, Ac 17:13.Ga 5:12.ne produise du trouble, et que plusieurs n’en soient infectés; 16 Ép 5:3.Col 3:5.1 Th 4:3.à ce qu’il n’y ait ni impudique, ni profane Ge 25:33.comme Ésaü, qui pour un mets vendit son droit d’aînesse. 17 Ge 27:36.Vous savez que, plus tard, voulant obtenir la bénédiction, il fut rejeté, quoiqu’il la sollicitât avec larmes; car son repentir ne put avoir aucun effet.

18 Vous ne vous êtes pas approchés Ex 19:10, etc.;20:21.d’une montagne qu’on pouvait toucher Ex 19:16.De 5:22.et qui était embrasée par le feu, ni de la nuée, ni des ténèbres, ni de la tempête, 19 ni du retentissement de la trompette, ni du bruit des paroles, tel que ceux qui l’entendirent Ex 20:19.De 5:25;18:16.demandèrent qu’il ne leur en fût adressé aucune de plus, 20 car ils ne supportaient pas cette déclaration: Ex 19:13.Si même une bête touche la montagne, elle sera lapidée. 21 Et ce spectacle était si terrible que Moïse dit: Je suis épouvanté et tout tremblant! 22 Mais vous vous êtes approchés de la montagne de Sion, de la cité du Dieu vivant, Ga 4:26.Ap 3:12; 21:10, etc.la Jérusalem céleste, des myriades qui forment le chœur des anges, 23 de l’assemblée des premiers-nés Lu 10:20.inscrits dans les cieux, du juge qui est le Dieu de tous, des esprits des justes parvenus à la perfection, 24 de Jésus qui est le médiateur de la nouvelle alliance, et du sang Hé 10:22.1 Pi 1:2.de l’aspersion qui parle mieux que celui Ge 4:10.Hé 11:4.d’Abel. 25 Hé 2:3.Gardez-vous de refuser d’entendre celui qui parle; car si ceux-là n’ont pas échappé qui refusèrent d’entendre celui qui publiait les oracles sur la terre, combien moins échapperons-nous, si nous nous détournons de celui qui parle du haut des cieux, 26 lui, dont la voix alors ébranla la terre, et qui maintenant a fait cette promesse: Ag 2:7.Une fois encore j’ébranlerai non seulement la terre, mais aussi le ciel. 27 Ces mots: Une fois encore, indiquent le changement des choses ébranlées, comme étant faites pour un temps, afin que les choses inébranlables subsistent. 28 C’est pourquoi, recevant un royaume inébranlable, montrons notre reconnaissance 1 Pi 2:5.en rendant à Dieu un culte qui lui soit agréable, avec piété et avec crainte, 29 De 4:24.car notre Dieu est aussi un feu dévorant.

1 Zoals we hebben gezien, worden we omringd door een grote menigte getuigen. Laten we ons daarom ontdoen van elke last die ons hindert, meer bepaald de zonde, en vastbesloten de wedren lopen die voor ons ligt. 2 Laten we daarbij onze blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof. Wegens de vreugde die voor Hem lag, verdroeg Hij het kruis, zonder zich om de schande te bekommeren, en nam Hij plaats aan Gods rechterzijde, op de troon. 3 Bedenk hoeveel tegenstand van zondaars Hij heeft verdragen; zo verlies je niet de moed en de wilskracht.

4 In jullie worsteling met de zonde hebben jullie nog niet weerstand geboden tot het uiterste. 5 Zijn jullie vergeten hoe God jullie aanspoort als zijn zonen? "Mijn zoon, neem de terechtwijzing door de Heer niet te licht op, raak niet ontmoedigd wanneer je door Hem wordt vermaand. 6 Want de Heer wijst terecht wie Hij liefheeft; Hij bestraft ieder die Hij als zijn zoon aanvaardt."

7 Wat jullie moeten doorstaan is bedoeld als terechtwijzing. God behandelt jullie als zonen. En welke zoon wordt niet door zijn vader terechtgewezen? 8 Als jullie niet zouden worden terechtgewezen, dan zouden jullie onwettige kinderen zijn, geen erkende zonen. 9 Bovendien, als we zelfs onze aardse vaders respecteerden toen die ons terechtwezen, dan moeten we ons des te meer schikken naar onze hemelse Vader en zo het leven bemachtigen. 10 Onze aardse vaders hebben ons korte tijd naar best vermogen terechtgewezen, maar Hij doet het voor onze bestwil, opdat wij deel mogen krijgen aan zijn heiligheid. 11 Alle terechtwijzing lijkt op het moment zelf geen vreugde maar verdriet op te leveren, maar naderhand levert het voor wie ervan leert een oogst van vrede en rechtvaardigheid op. 12 Versterk dus je slappe handen en knikkende knieën, 13 en bewandel rechte paden, zodat je niet nog zwakker maar gezonder wordt.

14 Streef naar vrede met alle mensen en naar een zuiver leven; wie dat niet doet, zal immers de Heer niet onder ogen kunnen komen. 15 Zie erop toe dat niemand Gods genade loslaat en uitgroeit van een bittere scheut tot een gifplant die velen kwelt en besmet. 16 Laat dus niemand bij jullie zich bezighouden met seksueel wangedrag of goddeloos gedrag, zoals Esau, die voor een enkele maaltijd zijn eigen erfrecht als oudste zoon verkocht. 17 Zoals jullie weten werd hij later afgewezen, toen hij de zegen probeerde te bemachtigen; hij kon geen manier vinden om het gebeurde ongedaan te maken, hoewel hij er onder tranen naar zocht.

18 Jullie zijn niet genaderd tot iets tastbaars een berg die in brand staat en in duisternis gehuld is en waar het dondert en stormt. 19 Er schalt geen trompet en er klinkt geen stem zoals destijds, toen zij die het hoorden smeekten om niet langer te worden toegesproken. 20 Zij vonden hetgeen hun werd opgelegd ondraaglijk, want zelfs een dier dat de berg zou aanraken, moest worden gestenigd. 21 Wat zij zagen was zo angstwekkend dat Mozes zei: "Ik sidder van angst". 22 Nee, jullie zijn genaderd tot de berg Sion, de stad van de God die leven geeft, het hemelse Jeruzalem, een bijeenkomst van ontzaglijk veel engelen, 23 een feestelijk samenzijn van mensen die het eerstgeboorterecht hebben ontvangen, die in de hemel zijn ingeschreven. Jullie zijn genaderd tot God, de rechter van alle mensen, en tot de geesten van hen die met God in het reine zijn en de volmaaktheid hebben bereikt. 24 Jullie zijn genaderd tot Jezus, de bemiddelaar van het nieuwe verbond, en tot het zuiverende bloed dat duidelijker spreekt dan het bloed van Abel. 25 Zie erop toe dat je niet weigert te luisteren naar de God die spreekt. Want als anderen niet zijn ontkomen toen ze weigerden te luisteren naar de God die hen waarschuwde op aarde, dan zullen wij zeker niet ontkomen als wij weigeren te luisteren naar de God die ons waarschuwt vanuit de hemel. 26 Destijds deed zijn stem de aarde beven, maar nu heeft Hij beloofd: "Nog eenmaal zal Ik niet enkel de aarde maar ook de hemel doen beven". 27 Dit "nog eenmaal" duidt erop dat hetgeen geschapen is door die beving zal vergaan, zodat enkel het onwankelbare overblijft. 28 Laten we, nu we een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, onze dankbaarheid tonen door God te aanbidden op een wijze die Hij goedkeurt: met eerbied en ontzag. 29 Immers: onze God "is als een vuur dat alles verteert".

Veja também