1 Out of the depths I have cried to you, Yahweh.
2 Lord, hear my voice.
Let your ears be attentive to the voice of my petitions.
3 If you, Yah, kept a record of sins,
Lord, who could stand?
4 But there is forgiveness with you,
therefore you are feared.
5 I wait for Yahweh.
My soul waits.
I hope in his word.
6 My soul longs for the Lord more than watchmen long for the morning,
more than watchmen for the morning.
7 Israel, hope in Yahweh,
for there is loving kindness with Yahweh.
Abundant redemption is with him.
8 He will redeem Israel from all their sins.
Domínio Público. Esta tradução bíblica de domínio público é trazida a você por cortesia de eBible.org.
1 Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!2 HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.3 Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?4 Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.5 Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.6 Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.7 Israel hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.8 En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.