1 Ac 11:29.Ro 15:26.1 Co 16:2.2 Co 8:4.Il est superflu que je vous écrive touchant l’assistance destinée aux saints. 2 Je connais, en effet, votre bonne volonté, dont je me glorifie pour vous auprès des Macédoniens, en déclarant que l’Achaïe est prête depuis l’année dernière; et ce zèle de votre part a stimulé le plus grand nombre. 3 J’envoie les frères, afin que l’éloge que nous avons fait de vous ne soit pas réduit à néant sur ce point-là, et que vous soyez prêts, comme je l’ai dit. 4 Je ne voudrais pas, si les Macédoniens m’accompagnent et ne vous trouvent pas prêts, que cette assurance tournât à notre confusion, pour ne pas dire à la vôtre. 5 J’ai donc jugé nécessaire d’inviter les frères à se rendre auparavant chez vous, et à s’occuper de votre libéralité déjà promise, afin qu’elle soit prête, de manière à être une libéralité, et non un acte d’avarice. 6 Sachez-le, Pr 11:24.Ga 6:7.celui qui sème peu moissonnera peu, et celui qui sème abondamment moissonnera abondamment. 7 Que chacun donne comme il l’a résolu en son cœur, De 15:7.Ro 12:8.sans tristesse ni contrainte; Ex 25:2;35:5.car Dieu aime celui qui donne avec joie. 8 Et Dieu peut vous combler de toutes sortes de grâces, afin que, possédant toujours en toutes choses de quoi satisfaire à tous vos besoins, vous ayez encore en abondance pour toute bonne œuvre, 9 selon qu’il est écrit:
Ps 112:9.Il a fait des largesses, il a donné aux indigents;
Sa justice subsiste à jamais. 10 Celui qui
Fournit de la semence au semeur,
Et du pain pour sa nourriture,
vous fournira et vous multipliera la semence, et il augmentera les fruits de votre justice. 11 Vous serez de la sorte enrichis à tous égards pour toute espèce de libéralités qui, par notre moyen, feront offrir à Dieu des actions de grâces. 12 Car le secours de cette assistance non seulement pourvoit aux besoins des saints, mais il est encore une source abondante de nombreuses actions de grâces envers Dieu. 13 En considération de ce secours dont ils font l’expérience, ils glorifient Dieu de votre obéissance dans la profession de l’Évangile de Christ, et de la libéralité de vos dons envers eux et envers tous; 14 ils prient pour vous, parce qu’ils vous aiment à cause de la grâce éminente que Dieu vous a faite. 15 Grâces soient rendues à Dieu pour son don ineffable!
1 Eigenlijk hoef ik jullie niet over dit dienstbetoon aan de christenen te schrijven. 2 Ik weet namelijk dat jullie hiertoe bereid zijn en ik heb jullie bij de christenen in Macedonië aangeprezen door te zeggen: "In Achaje staan ze al sinds vorig jaar gereed." En voor de meesten van hen werkte jullie enthousiasme aanstekelijk. 3 Toch stuur ik deze broeders, om te zorgen dat we niet ten onrechte zo fier over jullie hadden gesproken, maar dat jullie inderdaad gereed staan zoals ik had gezegd. 4 Immers, als er straks Macedoniërs met mij meekomen en als zij zouden ontdekken dat dit niet het geval is, dan zouden wij ons over deze mislukking schamen, om van jullie maar te zwijgen. 5 Ik vond het dus nodig deze broeders aan te sporen naar jullie vooruit te reizen en de door jullie beloofde royale gift alvast in te zamelen. Dan zal die klaarliggen als een royale en zonder tegenzin gegeven gift.
6 Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten en wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. 7 Laat iedereen geven wat hij zich persoonlijk had voorgenomen, zonder tegenzin en niet omdat het moet, want God houdt van wie van harte geeft. 8 En God is bij machte om jullie overvloedig met allerlei geschenken te zegenen, zodat jullie altijd, in alle omstandigheden, meer dan voldoende hebben en daardoor overvloedig veel goeds kunnen doen. 9 In de Schriften staat immers: "Hij gaf vrijgevig aan de armen, zijn gerechtigheid houdt voor eeuwig stand." 10 Hij die zaad aan de zaaier verstrekt en hem brood te eten geeft, zal ook zaad aan jullie verstrekken en ervoor zorgen dat het ontkiemt en een oogst aan gerechtigheid zal opleveren. 11 Dan zullen jullie van alles rijk voorzien zijn en altijd vrijgevig kunnen zijn, zodat onze actie nog meer dank aan God oplevert. 12 Want doordat jullie aan dit dienstbetoon bijdragen, zullen niet enkel de noden van de christenen worden gelenigd, maar zal God ook door velen uitvoerig worden gedankt. 13 Zij zullen God verheerlijken, omdat jullie bijdrage aan dit dienstbetoon bewijst dat jullie het evangelie van Christus niet alleen belijden, maar het ook gehoorzamen door vrijgevig bij te dragen en zo jullie verbondenheid met hen en met alle christenen te tonen. 14 Bovendien zullen ze in hun gebeden hun genegenheid voor jullie uitdrukken, wegens de overvloed aan Gods genade in jullie leven. 15 Ik dank God voor zijn onbeschrijflijke geschenk.