1 Guarda-me, ó Deus, porque em ti me refugiei.2 A Jeová eu disse: Tu és Senhor meu, Além de ti não tenho outro bem.3 Quanto aos santos que estão na terra, Eles são os ilustres nos quais está todo o meu prazer.4 Muitas serão as penas daqueles que trocam a Jeová por outros deuses: Não oferecerei as suas libações de sangue, Nem tomarei os seus nomes nos meus lábios.5 Jeová é a porção da minha herança e do meu cálice: Tu és da minha sorte o sustentáculo.6 As sortes me caíram em lugares amenos, Linda é a minha herança.7 Bendirei a Jeová, que me aconselha: Até de noite me instruem os meus rins.8 Tenho posto sempre a Jeová diante de mim; Estando ele à minha direita, não serei abalado.9 Portanto está alegre o meu coração, e se regozija a minha alegria; Também a minha carne habitará em segurança.10 Pois não abandonarás a minha alma ao Cheol, Nem permitirás que o teu santo veja a corrupção.11 Far-me-ás conhecer a vereda da vida: Na tua presença há plenitude de alegria; Na tua destra há delícias para sempre.
1 Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.2 O mijn ziel! gij hebt tot den HEERE gezegd: Gij zijt de HEERE, mijn goedheid raakt niet tot U;3 Maar tot de heiligen, die op de aarde zijn, en de heerlijken, in dewelke al mijn lust is.4 De smarten dergenen, die een anderen God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankofferen van bloed niet offeren, en hun namen op mijn lippen niet nemen.5 De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot.6 De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.7 Ik zal den HEERE loven, Die mij raad heeft gegeven; zelfs bij nacht onderwijzen mij mijn nieren.8 Ik stel den HEERE geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen.9 Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen.10 Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.11 Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.