1 Je suis le vrai cep, et mon Père est le vigneron.2 Mt 15:13.Tout sarment qui est en moi et qui ne porte pas de fruit, il le retranche; et tout sarment qui porte du fruit, il l’émonde, afin qu’il porte encore plus de fruit.3 DéjàJn 13:10.vous êtes purs, à cause de la parole que je vous ai annoncée.4 Demeurez en moi, et je demeurerai en vous. Comme le sarment ne peut de lui-même porter du fruit, s’il ne demeure attaché au cep, ainsi vous ne le pouvez non plus, si vous ne demeurez en moi.5 Je suis le cep, vous êtes les sarments. Celui qui demeure en moi et en qui je demeure porte beaucoup de fruit, car sans moi vous ne pouvez rien faire.6 Éz 15:2, etc.Si quelqu’un ne demeure pas en moi,Mt 3:10;7:19.Col 1:23.il est jeté dehors, comme le sarment, et il sèche; puis on ramasse les sarments, on les jette au feu, et ils brûlent.7 Si vous demeurez en moi, et que mes paroles demeurent en vous,Jé 29:12.Mt 7:7;21:22.Mc 11:24.Lu 11:9.Jn 14:13;16:24.Ja 1:5.1 Jn 3:22;5:14.demandez ce que vous voudrez, et cela vous sera accordé.8 Si vous portez beaucoup de fruit, c’est ainsi que mon Père sera glorifié, et que vous serez mes disciples.9 Comme le Père m’a aimé, je vous ai aussi aimés. Demeurez dans mon amour.10 Jn 14:15,21,23.1 Jn 5:3.Si vous gardez mes commandements, vous demeurerez dans mon amour, de même que j’ai gardé les commandements de mon Père, et que je demeure dans son amour.11 Je vous ai dit ces choses, afin que ma joie soit en vous, et que votre joie soit parfaite.
12 Lé 19:18.Mt 22:39.Jn 13:34.Ép 5:2.1 Th 4:9.1 Pi 4:8.1 Jn 3:23;4:21.C’est ici mon commandement: Aimez-vous les uns les autres, comme je vous ai aimés.13 Ro 5:7.Ép 5:2.1 Jn 3:16.Il n’y a pas de plus grand amour que de donner sa vie pour ses amis.14 Mt 12:50.2 Co 5:16.Ga 5:6;6:15.Col 3:11.Vous êtes mes amis, si vous faites ce que je vous commande.15 Je ne vous appelle plus serviteurs, parce que le serviteur ne sait pas ce que fait son maître; mais je vous ai appelés amis, parce queJn 8:26.je vous ai fait connaître tout ce que j’ai appris de mon Père.16 Jn 13:18.Ép 1:4.Ce n’est pas vous qui m’avez choisi; mais moi, je vous ai choisis, et je vous ai établis,Mt 28:19.Mc 16:15.Col 1:6.afin que vous alliez, et que vous portiez du fruit, et que votre fruit demeure, afin que ce que vous demanderez au Père en mon nom, il vous le donne.17 Ce que je vous commande, c’est de vous aimer les uns les autres.
18 1 Jn 3:13.Si le monde vous hait, sachez qu’il m’a haï avant vous.19 Jn 17:14.Ga 1:10.Si vous étiez du monde, le monde aimerait ce qui est à lui; mais parce que vous n’êtes pas du monde, et que je vous ai choisis du milieu du monde, à cause de cela le monde vous hait.20 Souvenez-vous de la parole que je vous ai dite:Mt 10:24.Lu 6:40.Jn 13:16.Le serviteur n’est pas plus grand que son maître.Mt 24:9.Jn 16:2.S’ils m’ont persécuté, ils vous persécuteront aussi; s’ils ont gardé ma parole, ils garderont aussi la vôtre.21 Mt 10:22.Jn 16:3.Mais ils vous feront toutes ces choses à cause de mon nom, parce qu’ils ne connaissent pas celui qui m’a envoyé.22 Ro 4:15;5:20.Si je n’étais pas venu et que je ne leur eusse point parlé, ils n’auraient pas de péché; mais maintenant ils n’ont aucune excuse de leur péché.23 Celui qui me hait, hait aussi mon Père.24 Jn 10:37.Si je n’avais pas fait parmi eux des œuvres que nul autre n’a faites, ils n’auraient pas de péché; mais maintenant ils les ont vues, et ils ont haï et moi et mon Père.25 Mais cela est arrivé afin que s’accomplît la parole qui est écrite dans leur loi:Ps 35:19;69:5.Ils m’ont haï sans cause.26 Jn 14:26;16:7.Ac 5:32.Quand sera venu le consolateur,Lu 24:49.que je vous enverrai de la part du Père, l’Esprit de vérité, qui vient du Père, il rendra témoignage de moi;27 Ac 1:8,21;5:32.et vous aussi, vous rendrez témoignage, parce que vous êtes avec moi dès le commencement.
1 Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. 2 Hij verwijdert elke rank aan Mij die geen vrucht draagt. En elke rank die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat deze meer vrucht zou dragen. 3 Jullie zijn reeds gesnoeid door de woorden die Ik tot jullie heb gesproken. 4 Blijf met Mij verbonden; dan blijf Ik met jullie verbonden. De rank kan uit zichzelf geen vrucht dragen; dat kan enkel als hij met de wijnstok verbonden blijft. Precies zo kunnen jullie enkel vrucht dragen als je met Mij verbonden blijft. 5 Ik ben de wijnstok; jullie zijn de ranken. Als iemand met Mij verbonden blijft – en Ik met hem – draagt hij veel vrucht, want los van Mij kunnen jullie niets doen. 6 Wie niet met Mij verbonden blijft, is als een rank die wordt weggegooid en die verdort. De weggegooide ranken worden verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. 7 Maar als jullie met Mij verbonden blijven en jullie je houden aan hetgeen Ik jullie heb verteld, mogen jullie vragen wat je wil, en het zal gebeuren. 8 De grootheid van mijn Vader wordt zichtbaar wanneer jullie veel vrucht dragen en daardoor laten zien dat jullie mijn leerlingen zijn. 9 Ik heb jullie lief zoals de Vader Mij liefheeft. Blijf verbonden met mijn liefde. 10 Jullie blijven verbonden met mijn liefde door je aan mijn geboden te houden, net zoals Ik met de liefde van mijn Vader verbonden blijf door Me aan zijn geboden te houden.
11 Ik heb deze dingen tegen jullie gezegd opdat de vreugde die Ik heb, ook in jullie aanwezig zal zijn en opdat jullie vreugde volkomen zal zijn. 12 Mijn gebod voor jullie is: heb elkaar lief op dezelfde manier als Ik jullie heb liefgehad. 13 Er is geen grotere liefde dan dat je je leven geeft voor je vrienden. 14 En jullie zijn mijn vrienden als jullie doen wat Ik jullie opdraag. 15 Ik noem jullie niet langer dienaren, want een dienaar weet niet wat zijn meester doet. Nee, Ik noem jullie vrienden, want Ik heb alles wat Ik van mijn Vader heb vernomen, aan jullie bekendgemaakt. 16 Jullie hebben Mij niet uitgekozen, Ik heb jullie uitgekozen en jullie aangesteld om eropuit te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Dan zal de Vader jullie alles geven wat jullie in mijn naam van Hem vragen. 17 Ik beveel jullie dus: ga liefdevol met elkaar om.
18 Als de wereld jullie haat, besef dan dat ze Mij haatte voordat ze jullie haatte. 19 Als jullie bij de wereld zouden horen, zou de wereld van jullie houden omdat jullie van haar zouden zijn. Maar omdat Ik jullie uit de wereld heb uitgekozen, zijn jullie niet van de wereld en haat de wereld jullie. 20 Onthoud wat Ik jullie heb verteld: een slaaf staat niet boven zijn meester. Als de mensen Mij hebben vervolgd, zullen ze ook jullie vervolgen, maar als ze zich hielden aan hetgeen Ik zei, dan zullen ze zich ook houden aan hetgeen jullie zeggen. 21 Dit alles zullen ze jullie aandoen omwille van mijn naam, omdat ze Degene die Mij heeft gestuurd niet kennen. 22 Ze zouden niet schuldig zijn geweest als Ik niet was gekomen om hen toe te spreken, maar nu hebben ze geen excuus voor hun schuld. 23 Wie Mij haat, haat ook mijn Vader. 24 Ze zouden niet schuldig zijn geweest als Ik niet te midden van hen de dingen had gedaan die niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben die daden gezien en ze haten zowel Mij als mijn Vader. 25 Zo gaat in vervulling wat in hun Wet staat: ‘Ze haatten Mij zonder reden.’
26 Wanneer de Raadgever komt die Ik van bij de Vader naar jullie zal sturen – de Geest die van de Vader afkomstig is en die de waarheid brengt – dan zal Hij van Mij getuigen. 27 En ook jullie zullen getuigen, omdat jullie vanaf het begin bij Mij zijn geweest.