Les pharisiens et la tradition
1 Mc 7:1.Alors des pharisiens et des scribes vinrent de Jérusalem auprès de Jésus, et dirent: 2 Pourquoi tes disciples transgressent-ils la tradition des anciens? Car ils ne se lavent pas les mains, quand ils prennent leurs repas. 3 Il leur répondit: Et vous, pourquoi transgressez-vous le commandement de Dieu au profit de votre tradition?
4 Ex 20:12.De 5:16.Ép 6:2.Car Dieu a dit: Honore ton père et ta mère; et:Ex 21:17.Lé 20:9.Pr 20:20.Celui qui maudira son père ou sa mère sera puni de mort.5 Mais vous, vous dites: Celui qui dira à son père ou à sa mère: Ce dont j’aurais pu t’assister est une offrande à Dieu, n’est pas tenu d’honorer son père ou sa mère.6 Mc 7:13.1 Ti 4:3.2 Ti 3:2.Vous annulez ainsi la parole de Dieu au profit de votre tradition.7 Hypocrites, Ésaïe a bien prophétisé sur vous, quand il a dit:8 És 29:13.Éz 33:31.Mc 7:6.Ce peuple m’honore des lèvres,
Mais son cœur est éloigné de moi.9 C’est en vain qu’ils m’honorent,
En enseignant des préceptes qui sontMc 7:6,7.Col 2:18,20,22.des commandements d’hommes.
10 Mc 7:14.Ayant appelé à lui la foule, il lui dit: Écoutez, et comprenez.
11 Ac 10:15.Ro 14:17,20.Tit 1:15.Ce n’est pas ce qui entre dans la bouche qui souille l’homme; mais ce qui sort de la bouche, c’est ce qui souille l’homme.12 Alors ses disciples s’approchèrent, et lui dirent: Sais-tu que les pharisiens ont été scandalisés des paroles qu’ils ont entendues? 13 Il répondit: Jn 15:2.Toute plante que n’a pas plantée mon Père céleste sera déracinée.
14 Laissez-les:És 42:19.Lu 6:39.ce sont des aveugles qui conduisent des aveugles; si un aveugle conduit un aveugle, ils tomberont tous deux dans une fosse.15 Mc 7:17.Pierre, prenant la parole, lui dit: Explique-nous cette parabole. 16 Et Jésus dit: Vous aussi, êtes-vous encore sans intelligence?
17 Ne comprenez-vous pas que tout ce qui entre dans la bouche va dans le ventre, puis est jeté dans les lieux secrets?18 Mais ce qui sort de la bouche vient du cœur, et c’est ce qui souille l’homme.19 Ge 6:5;8:21.Pr 6:14.Jé 17:9.Car c’est du cœur que viennent les mauvaises pensées, les meurtres, les adultères, les impudicités, les vols, les faux témoignages, les calomnies.20 Voilà les choses qui souillent l’homme; mais manger sans s’être lavé les mains, cela ne souille point l’homme.
Jésus sur le territoire de Tyr et Sidon. La femme canaéenne
21 Mc 7:24.Jésus, étant parti de là, se retira dans le territoire de Tyr et de Sidon. 22 Et voici, une femme cananéenne, qui venait de ces contrées, lui cria: Aie pitié de moi, Seigneur, Fils de David! Ma fille est cruellement tourmentée par le démon. 23 Il ne lui répondit pas un mot, et ses disciples s’approchèrent, et lui dirent avec instance: Renvoie-la, car elle crie derrière nous. 24 Il répondit: Mt 10:6.Ac 13:46.Je n’ai été envoyé qu’aux brebis perdues de la maison d’Israël.25 Mais elle vint se prosterner devant lui, disant: Seigneur, secours-moi! 26 Il répondit: Il n’est pas bien de prendre le pain des enfants, et de le jeter aux petits chiens.27 Oui, Seigneur, dit-elle, mais les petits chiens mangent les miettes qui tombent de la table de leurs maîtres. 28 Alors Jésus lui dit: Femme, ta foi est grande; qu’il te soit fait comme tu veux. Et, à l’heure même, sa fille fut guérie.
Jésus de retour vers la mer de Galilée. Nombreuses guérisons. Seconde multiplication des pains
29 Mc 7:31.Jésus quitta ces lieux, et vint près de la mer de Galilée. Étant monté sur la montagne, il s’y assit. 30 És 29:18;35:5.Mt 11:5.Lu 7:22.Alors s’approcha de lui une grande foule, ayant avec elle des boiteux, des aveugles, des muets, des estropiés, et beaucoup d’autres malades. On les mit à ses pieds, et il les guérit; 31 en sorte que la foule était dans l’admiration de voir que les muets parlaient, que les estropiés étaient guéris, que les boiteux marchaient, que les aveugles voyaient; et elle glorifiait le Dieu d’Israël. 32 Mc 8:1.Jésus, ayant appelé ses disciples, dit: Je suis ému de compassion pour cette foule; car voilà trois jours qu’ils sont près de moi, et ils n’ont rien à manger. Je ne veux pas les renvoyer à jeun, de peur que les forces ne leur manquent en chemin.33 Les disciples lui dirent: Comment nous procurer dans ce lieu désert assez de pains pour rassasier une si grande foule? 34 Jésus leur demanda: Combien avez-vous de pains? Sept, répondirent-ils, et quelques petits poissons. 35 Alors il fit asseoir la foule par terre, 36 prit les sept pains et les poissons, et, après avoir 1 S 9:13.rendu grâces, il les rompit et les donna à ses disciples, qui les distribuèrent à la foule. 37 Tous mangèrent et furent rassasiés, et l’on emporta sept corbeilles pleines des morceaux qui restaient. 38 Ceux qui avaient mangé étaient quatre mille hommes, sans les femmes et les enfants. 39 Ensuite, il renvoya la foule, monta dans la barque, et se rendit dans la contrée de Magadan.
1 De farizeeën en Schriftgeleerden uit Jeruzalem kwamen Jezus vragen: 2 "Waarom overtreden uw leerlingen de traditie van de voorouders? Ze wassen hun handen niet voor het eten!" 3 Jezus antwoordde: "En waarom overtreden jullie Gods gebod omwille van jullie traditie? 4 God heeft immers gezegd: ‘Eer je vader en moeder’ en ‘Wie kwaadspreekt van zijn vader of moeder, moet ter dood worden gebracht.’ 5 Maar jullie beweren dat wie tegen zijn vader of moeder zegt: ‘Wat ik aan jullie had kunnen geven, heb ik aan God gewijd’, 6 zijn vader of moeder niet langer moet eren. Zo verklaren jullie Gods gebod ongeldig omwille van jullie traditie. 7 Hypocrieten! Jesaja had gelijk toen hij het volgende over jullie profeteerde:
8 ‘Dit volk bewijst Mij lippendienst,
hun hart is ver van Mij.
9 Zij vereren Mij tevergeefs,
en ze onderwijzen menselijke voorschriften.’"
10 Jezus riep de mensen bij zich en zei tegen hen: "Luister en begrijp het volgende: 11 Het is niet wat de mond binnengaat dat de mens verontreinigt, maar wat uit de mond naar buiten komt." 12 Toen kwamen zijn leerlingen Hem vragen: "Weet U dat de farizeeën uw woorden hebben gehoord en zich eraan ergeren?" 13 Jezus antwoordde: "Iedere plant die niet door mijn Hemelse Vader is geplant, zal worden uitgetrokken. 14 Laat ze maar. Het zijn blindenbegeleiders die zelf blind zijn. En als een blinde een blinde leidt, vallen ze beiden in een kuil." 15 Petrus vroeg Jezus: "Wilt U die vergelijking aan ons uitleggen?" 16 Jezus zei: "Hebben ook jullie nog altijd geen inzicht? 17 Beseffen jullie niet dat alles wat de mond binnengaat, naar de maag gaat en uiteindelijk weer naar buiten komt? 18 Maar hetgeen door de mond naar buiten gaat, komt uit het hart en verontreinigt de mens. 19 Uit het hart komen immers slechte gedachten voort, en moord, overspel, seksueel wangedrag, diefstal, leugenachtige verklaringen en godslastering. 20 Dat zijn de zaken die de mens verontreinigen, maar de mens raakt niet verontreinigd door met ongewassen handen te eten."
21 Jezus verliet die plaats en trok zich terug in het gebied van Tyrus en Sidon. 22 Een Kanaänitische vrouw uit die omgeving kwam naar Hem toe en riep: "Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter is ernstig bezeten!" 23 Jezus gaf geen antwoord. Zijn leerlingen kwamen bij Hem met het verzoek: "Stuur haar toch weg; ze blijft ons maar naroepen." 24 Jezus antwoordde: "Ik ben enkel gezonden naar de verloren schapen van het volk Israël." 25 Maar zij kwam naar Hem toe, viel op haar knieën en vroeg: "Heer, help mij!" 26 Jezus antwoordde: "Het is niet goed om de kinderen het brood af te nemen en dat aan de hondjes te geven." 27 Maar zij zei: "Ja Heer, maar zelfs de hondjes eten van de kruimels die van de tafel van hun eigenaars vallen!" 28 Jezus antwoordde: "Mevrouw, je hebt een groot geloof; moge je wens in vervulling gaan." Op dat moment was haar dochter genezen.
29 Nadat Jezus van daar was verder getrokken, kwam Hij bij het Meer van Galilea. Hij ging de berg op en zette zich daar neer. 30 Er kwam een grote mensenmassa naar Hem toe met mensen die verlamd of blind waren, hun arm of been niet goed konden gebruiken of die niet konden spreken, en veel anderen. Ze legden hen aan Jezus' voeten en Hij genas hen. 31 De menigte was verbaasd om te zien dat mensen die niet konden spreken begonnen te praten, mensen die hun arm of been niet goed konden gebruiken gezond werden, verlamden begonnen te stappen en blinden konden zien. En ze verheerlijkten de God van Israël.
32 Jezus riep zijn leerlingen bij zich en zei: "Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn al drie dagen bij Me en nu hebben ze niets te eten. Ik wil hen niet met een lege maag wegsturen, want dan zullen ze onderweg bezwijken." 33 De leerlingen zeiden tegen Hem: "Waar in dit afgelegen gebied kan voldoende brood worden gevonden om zoveel mensen te eten te geven?" 34 Jezus vroeg hen: "Hoeveel broden hebben jullie?" Ze zeiden: "Zeven, en enkele visjes." 35 Hij droeg de menigte op om op de grond plaats te nemen, 36 nam de zeven broden en de visjes, sprak een dankgebed uit, brak ze in stukken, en gaf die aan zijn leerlingen. De leerlingen gaven ze door aan de mensen. 37 Ze aten allen tot ze voldaan waren. De overgebleven brokken werden verzameld, wel zeven korven vol. 38 Het waren ongeveer vierduizend mannen die hadden gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld. 39 Jezus stuurde de mensen naar huis, stapte in de boot en ging naar het gebied Magadan.