Pular para o conteúdo
Publicidade

Mateus 6

GBV

Préceptes sur: l’aumône, la prière, le pardon des offenses, le jeûne, les trésors sur la terre et dans le ciel, l’impossibilité de servir deux maîtres, les soucis et les inquiétudes

1 Gardez-vous de pratiquer votre justice devant les hommes, pour en être vus; autrement, vous n’aurez point de récompense auprès de votre Père qui est dans les cieux.2 Ro 12:8.Lors donc que tu fais l’aumône, ne sonne pas de la trompette devant toi, comme font les hypocrites dans les synagogues et dans les rues, afin d’être glorifiés par les hommes. Je vous le dis en vérité, ils reçoivent leur récompense.3 Mais quand tu fais l’aumône, que ta main gauche ne sache pas ce que fait ta droite,4 afin que ton aumône se fasse en secret; et ton Père, qui voit dans le secret, te leLu 14:14.rendra.5 Lorsque vous priez, ne soyez pas comme les hypocrites, qui aiment à prier debout dans les synagogues et aux coins des rues, pour être vus des hommes. Je vous le dis en vérité, ils reçoivent leur récompense.6 Mais quand tu pries,2 R 4:33.Ac 10:4.entre dans ta chambre, ferme ta porte, et prie ton Père qui est dans le lieu secret; et ton Père, qui voit dans le secret, te le rendra.

7 En priant,1 R 18:28.És 1:15.ne multipliez pas de vaines paroles, comme les païens, qui s’imaginent qu’à force de paroles ils seront exaucés.8 Ne leur ressemblez pas; car votre Père sait de quoi vous avez besoin, avant que vous le lui demandiez.9 Voici donc comment vous devez prier:Lu 11:2.Notre Père qui es aux cieux! Que ton nom soit sanctifié;10 que ton règne vienne; que ta volonté soit faite sur la terre comme au ciel.11 Donne-nous aujourd’hui notre pain quotidien;12 pardonne-nous nos offenses, comme nous aussi nous pardonnons à ceux qui nous ont offensés;13 ne nous induis pas en tentation, mais délivre-nous duMt 13:19.malin. Car c’est à toi qu’appartiennent, dans tous les siècles, le règne, la puissance et la gloire. Amen!14 Mc 11:25.Col 3:13.Si vous pardonnez aux hommes leurs offenses, votre Père céleste vous pardonnera aussi;15 Mt 18:35.Ja 2:13.mais si vous ne pardonnez pas aux hommes, votre Père ne vous pardonnera pas non plus vos offenses.

16 És 58:3.Mt 9:14.Mc 2:18.Lu 5:33.Lorsque vous jeûnez, ne prenez pas un air triste, comme les hypocrites, qui se rendent le visage tout défait, pour montrer aux hommes qu’ils jeûnent. Je vous le dis en vérité, ils reçoivent leur récompense.17 Mais quand tu jeûnes, parfume ta tête et lave ton visage,18 afin de ne pas montrer aux hommes que tu jeûnes, mais à ton Père qui est dans le lieu secret; et ton Père, qui voit dans le secret, te le rendra.

19 Ne vous amassez pas desPr 23:4.Hé 13:5.Ja 5:1.trésors sur la terre, la teigne et la rouille détruisent, et les voleurs percent et dérobent;20 maisLu 12:33.1 Ti 6:19.amassez-vous des trésors dans le ciel, la teigne et la rouille ne détruisent point, et les voleurs ne percent ni ne dérobent.21 Car est ton trésor, aussi sera ton cœur.22 Lu 11:34.L’œil est la lampe du corps. Si ton œil est en bon état, tout ton corps sera éclairé;23 mais si ton œil est en mauvais état, tout ton corps sera dans les ténèbres. Si donc la lumière qui est en toi est ténèbres, combien seront grandes ces ténèbres!24 Lu 16:13.Nul ne peut servir deux maîtres. Car, ou il haïra l’un, et aimera l’autre; ou il s’attachera à l’un, et méprisera l’autre. Vous ne pouvez servir Dieu et Mamon.25 Ps 37:5;55:23.Lu 12:22.Ph 4:6.1 Ti 6:8.1 Pi 5:7.C’est pourquoi je vous dis: Ne vous inquiétez pas pour votre vie de ce que vous mangerez, ni pour votre corps, de quoi vous serez vêtus. La vie n’est-elle pas plus que la nourriture, et le corps plus que le vêtement?26 Job 39:3.Ps 147:9.Regardez les oiseaux du ciel: ils ne sèment ni ne moissonnent, et ils n’amassent rien dans des greniers; et votre Père céleste les nourrit. Ne valez-vous pas beaucoup plus qu’eux?27 Qui de vous, par ses inquiétudes, peut ajouter une coudée à la durée de sa vie?28 Et pourquoi vous inquiéter au sujet du vêtement? Considérez comment croissent les lis des champs: ils ne travaillent ni ne filent;29 cependant je vous dis que Salomon même, dans toute sa gloire, n’a pas été vêtu comme l’un d’eux.30 Si Dieu revêt ainsi l’herbe des champs, qui existe aujourd’hui et qui demain sera jetée au four, ne vous vêtira-t-il pas à plus forte raison, gens de peu de foi?31 Ne vous inquiétez donc point, et ne dites pas: Que mangerons-nous? Que boirons-nous? De quoi serons-nous vêtus?32 Car toutes ces choses, ce sont les païens qui les recherchent. Votre Père céleste sait que vous en avez besoin.33 1 R 3:13.Ps 37:25;55:23.Cherchez premièrement le royaume et la justice de Dieu; et toutes ces choses vous seront données par-dessus.34 Ne vous inquiétez donc pas du lendemain; car le lendemain aura soin de lui-même. A chaque jour suffit sa peine.

1 Zorg dat jullie de dingen die God van je verlangt niet doen in het bijzijn van de mensen, om door hen te worden gezien; anders krijgen jullie geen beloning van jullie Vader in de hemel. 2 Dus wanneer jullie aan de armen geven, bazuin het dan niet rond zoals de hypocriete mensen doen, in de synagogen en op straat, om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun beloning al. 3 Wanneer je aan de armen geeft, zorg dan dat je linkerhand niet weet wat je rechterhand doet, 4 zodat je gift in het geheim wordt gegeven. Dan zal je Vader, die ziet wat er in het geheim gebeurt, je belonen.

5 Ook wanneer jullie bidden, moeten jullie dat niet doen zoals de hypocriete mensen, want zij houden ervan om in de synagogen en op straathoeken te staan bidden om door de mensen gezien te worden. Ik verzeker jullie: zij hebben hun beloning al. 6 Maar wanneer jij bidt, ga dan naar je binnenkamer, sluit de deur en bid tot je Vader in het geheim. Dan zal je Vader, die ziet wat er in het geheim gebeurt, je belonen. 7 Herhaal bij het bidden niet steeds gedachteloos dezelfde woorden zoals zij die niet bij Gods volk horen, want zij denken dat ze worden gehoord omdat ze veel woorden gebruiken. 8 Wees dus niet zoals zij. Jullie Vader weet immers al wat jullie nodig hebben voordat jullie Hem erom vragen. 9 Bid dus als volgt:

Onze Vader in de hemel,

laat de heiligheid van uw naam worden geëerd.

10 Laat uw koninkrijk komen,

laat gebeuren wat U wil,

niet alleen in de hemel maar ook op aarde.

11 Geef ons voldoende eten voor vandaag

12 en vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij vergeven

wie zich tegenover ons heeft schuldig gemaakt.

13 En laat niet toe dat we in verzoeking komen,

maar verlos ons van de duivel.

14 Want als jullie de mensen het kwaad vergeven dat zij je aandoen, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. 15 Maar als je de mensen niet vergeeft, zal jullie Vader je zonden ook niet vergeven.

16 Ook wanneer jullie vasten, moeten jullie dat niet doen zoals de hypocriete mensen, die triest kijken en hun uiterlijk niet verzorgen, zodat de mensen kunnen zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun beloning al. 17 Maar wanneer jij vast, doe dan olie op je hoofd en was je gezicht, 18 zodat het bij de mensen niet opvalt dat je aan het vasten bent, maar wel bij je Vader, die door niemand wordt gezien. Dan zal je Vader, die ziet wat er in het geheim gebeurt, je belonen.

19 Verzamel geen schatten voor jezelf op aarde, waar motten en roest vernieling aanrichten en waar dieven inbreken en stelen. 20 Verzamel schatten voor jezelf in de hemel, waar geen motten of roest vernieling aanrichten en waar geen dieven inbreken en stelen. 21 Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. 22 Het oog is de lamp van het lichaam, dus als je ogen in goede staat zijn, is je hele lichaam verlicht. 23 Maar als je ogen in slechte staat zijn, is je hele lichaam vol duisternis. En als het licht in jou eigenlijk duisternis is, dan is het wegens die duisternis slecht met je gesteld. 24 Niemand kan twee meesters dienen, want hij zal ofwel een hekel aan de ene hebben en van de andere houden, of toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God én het geld dienen.

25 Daarom zeg Ik jullie: wees niet ongerust over je leven, over wat je zal eten of drinken, of over je lichaam, over hoe je je zal kleden. Het leven is toch meer dan eten en het lichaam is toch meer dan kledij? 26 Kijk eens naar de vogels: zij zaaien niet, oogsten niet en slaan geen eten op in schuren, en toch geeft jullie hemelse Vader hun te eten. Jullie zijn toch meer waard dan zij? 27 Wie van jullie kan, door ongerust te zijn, een uur aan zijn leven toevoegen? 28 En waarom zou je ongerust zijn over kledij? Kijk eens hoe de wilde bloemen groeien: ze doen geen inspanningen om kledij te maken. 29 Ik zeg jullie: zelfs Salomo in al zijn pracht was niet zo mooi gekleed als zij. 30 En als God het gras dat vandaag op het veld staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo mooi kleedt, zal Hij jullie, kleingelovigen, dan niet nog beter kleden? 31 Maak je dus geen zorgen en zeg niet: wat zullen we eten? Of: wat zullen we drinken? Of: waarmee zullen we ons kleden? 32 Want dat zijn allemaal zaken die de ongelovigen najagen. Je hemelse Vader weet dat je dat alles nodig hebt. 33 Jullie moeten echter prioriteit geven aan Gods koninkrijk en doen wat Hij van je vraagt; dan zullen ook al die dingen aan jullie worden gegeven. 34 Maak je geen zorgen over de dag van morgen, want die heeft zijn eigen zorgen. Elke dag bevat al voldoende kwaad.

Veja também