Pular para o conteúdo
Publicidade

Mateus 3

GBV

Prédication de Jean-Baptiste

1 En ce temps-là Mc 1:14.Lu 3:3.parut Jean-Baptiste, prêchant dans le désert de Judée. 2 Il disait: Repentez-vous, car le royaume des cieux est proche. 3 Jean est celui qui avait été annoncé par Ésaïe, le prophète, lorsqu’il dit:

C’est ici la És 40:3.Mc 1:3.Lu 3:4.Jn 1:23.voix de celui qui crie dans le désert:

Préparez le chemin du Seigneur,

Aplanissez ses sentiers.

4 Jean avait un vêtement de Mc 1:6.poils de chameau, et une ceinture de cuir autour des reins. Il se nourrissait de sauterelles et de miel sauvage. 5 Les habitants de Jérusalem, de toute la Judée et de tout le pays des environs du Jourdain, se rendaient auprès de lui; 6 et, confessant leurs péchés, Mc 1:5.ils se faisaient baptiser par lui dans le fleuve du Jourdain. 7 Mais, voyant venir à son baptême Lu 3:7.beaucoup de pharisiens et de sadducéens, il leur dit: Mt 12:34;23:33.Races de vipères, qui vous a appris à fuir la colère à venir? 8 Lu 3:8.Produisez donc du fruit digne de la repentance, 9 et ne prétendez pas dire en vous-mêmes: Jn 8:39.Nous avons Abraham pour père! Car je vous déclare que de ces pierres-ci Dieu peut susciter des enfants à Abraham. 10 Déjà la cognée est mise à la racine des arbres: Mt 7:19.Jn 15:6.tout arbre donc qui ne produit pas de bons fruits sera coupé et jeté au feu. 11 Moi, je vous baptise d’eau, pour vous amener à la repentance; Mc 1:7.Lu 3:16.Jn 1:15,26.Ac 1:5;11:16;19:4.mais celui qui vient après moi est plus puissant que moi, et je ne suis pas digne de porter ses souliers. Lui, il vous baptisera du Saint-Esprit et de feu. 12 Il a son van à la main; il nettoiera son aire, et il amassera son blé dans le grenier, mais il brûlera la paille dans un feu qui ne s’éteint point.

Baptême de Jésus-Christ

13 Mc 1:9.Lu 3:21.Alors Jésus vint de la Galilée au Jourdain vers Jean, pour être baptisé par lui. 14 Mais Jean s’y opposait, en disant: C’est moi qui ai besoin d’être baptisé par toi, et tu viens à moi! 15 Jésus lui répondit: Laisse faire maintenant, car il est convenable que nous accomplissions ainsi tout ce qui est juste. Et Jean ne lui résista plus. 16 Dès que Jésus eut été baptisé, il sortit de l’eau. Et voici, les cieux s’ouvrirent, et il vit És 11:2;42:1.Jn 1:32.l’Esprit de Dieu descendre comme une colombe et venir sur lui. 17 Et voici, une voix fit entendre des cieux ces paroles: És 42:1.Mt 12:18;17:5.Lu 9:35.Col 1:13.2 Pi 1:17.Celui-ci est mon Fils bien-aimé, en qui j’ai mis toute mon affection.

1 In die periode verscheen Johannes de Doper in de wildernis van Judea. Hij verkondigde: 2 "Kom tot inkeer, want Gods rijk is in aantocht." 3 Johannes was degene over wie de profeet Jesaja had voorspeld: "Er roept een stem in de wildernis: Maak de weg van de Heer gereed, maak paden voor Hem vrij!"

4 Johannes droeg kledij van kameelhaar en hij had een leren riem om zijn middel. Zijn eten bestond uit sprinkhanen en wilde honing. 5 De mensen kwamen uit Jeruzalem en heel Judea en het hele gebied rond de Jordaan naar hem toe 6 en werden door hem in de rivier de Jordaan gedoopt, waarbij ze hun zonden bekenden.

7 Toen hij zag dat veel van de farizeeën en de sadduceeën naar hem toe kwamen om zich te laten dopen, zei hij tegen hen: "Addergebroed, wie heeft jullie gewaarschuwd om te vluchten voor de naderende straf? 8 Zorg dat de gevolgen van jullie inkeer zichtbaar zijn 9 en denk niet dat jullie tegen jezelf kunnen zeggen: wij hebben Abraham als voorvader. Want ik zeg jullie: God is in staat om uit deze stenen nakomelingen voor Abraham voort te brengen. 10 De bijl ligt reeds klaar onderaan de bomen en elke boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid. 11 Want ik doop jullie met water als teken van inkeer, maar na mij komt Iemand die machtiger is dan ik, en ik ben het niet waard om Hem zijn schoenen uit te trekken. Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en vuur. 12 Hij heeft de vork om het kaf van het koren te scheiden al in zijn hand. Daarmee zal Hij zijn dorsvloer leegmaken; zijn graan zal Hij in de schuur onderbrengen en het kaf zal Hij verbranden in onblusbaar vuur."

13 Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes te worden gedoopt. 14 Johannes probeerde Hem tegen te houden door te zeggen: "Ik zou door U moeten worden gedoopt en toch komt U bij mij?" 15 Maar Jezus antwoordde: "Laten we het nu maar doen, want alleen zo kunnen we alles doen wat God van ons verlangt." Toen gaf Johannes toe. 16 Zodra Jezus was gedoopt en uit het water omhoogkwam, ging de hemel open en zag Hij Gods Geest neerdalen en op Hem plaatsnemen zoals een duif. 17 Toen klonk er een stem uit de hemel: "Dit is mijn dierbare Zoon, Ik verheug Mij over Hem."

Veja também