Pular para o conteúdo
Publicidade

Mateus 1

GBV

Généalogie de Jésus-Christ

1 Généalogie de Jésus-Christ, fils de Lu 1:31,32.David, fils d’Abraham. 2 Ge 21:2.Abraham engendra Isaac; Ge 25:26.Isaac engendra Jacob; Ge 29:35.Jacob engendra Juda et ses frères; 3 Ge 38:27,29.Juda engendra de Thamar Pharès et Zara; Ru 4:18.1 Ch 2:5.Pharès engendra Esrom; Ru 4:19.1 Ch 2:9.Esrom engendra Aram; 4 Aram engendra Aminadab; Aminadab engendra Naasson; Naasson engendra Salmon; 5 Salmon engendra Boaz de Rahab; Boaz engendra Obed de Ruth; 6 Obed engendra Isaï; Ru 4:22.1 S 16:1;17:12.1 Ch 2:15;12:18.Isaï engendra David. Le roi David engendra Salomon de la femme d’Urie; 7 1 Ch 11:43.1 Ch 3:10.Salomon engendra Roboam; Roboam engendra Abia; Abia engendra Asa; 8 Asa engendra Josaphat; Josaphat engendra Joram; Joram engendra Ozias; 9 Ozias engendra Joatham; Joatham engendra Achaz; Achaz engendra Ézéchias; 10 Ézéchias engendra Manassé; Manassé engendra Amon; Amon engendra Josias; 11 1 Ch 3:16.Josias engendra Jéchonias et ses frères, au temps de la déportation à Babylone. 12 Après la déportation à Babylone, 1 Ch 2:17.Jéchonias engendra Salathiel; Esd 3:2.Salathiel engendra Zorobabel; 13 Zorobabel engendra Abiud; Abiud engendra Éliakim; Éliakim engendra Azor; 14 Azor engendra Sadok; Sadok engendra Achim; Achim engendra Éliud; 15 Éliud engendra Éléazar; Éléazar engendra Matthan; Matthan engendra Jacob; 16 Jacob engendra Joseph, l’époux de Marie, de laquelle est Jésus, qui est appelé Christ. 17 Il y a donc en tout quatorze générations depuis Abraham jusqu’à David, quatorze générations depuis David jusqu’à la déportation à Babylone, et quatorze générations depuis la déportation à Babylone jusqu’au Christ.

Naissance de Jésus-Christ

18 Voici de quelle manière arriva la naissance de Jésus-Christ. Lu 1:27,34.Marie, sa mère, ayant été fiancée à Joseph, se trouva enceinte, par la vertu du Saint-Esprit, avant qu’ils eussent habité ensemble. 19 Joseph, son époux, qui était un homme de bien et qui ne voulait pas la diffamer, se proposa de rompre secrètement avec elle. 20 Comme il y pensait, voici, un ange du Seigneur lui apparut en songe, et dit: Joseph, fils de David, ne crains pas de prendre avec toi Marie, ta femme, car l’enfant qu’elle a conçu vient du Saint-Esprit; 21 elle enfantera un fils, et Lu 1:31.tu lui donneras le nom de Jésus; Ac 4:12.c’est lui qui sauvera son peuple de ses péchés. 22 Tout cela arriva afin que s’accomplît ce que le Seigneur avait annoncé par le prophète:

23 És 7:14.Voici, la vierge sera enceinte, elle enfantera un fils,

Et on lui donnera le nom d’Emmanuel,

ce qui signifie Dieu avec nous. 24 Joseph s’étant réveillé fit ce que l’ange du Seigneur lui avait ordonné, et il prit sa femme avec lui. 25 Mais il ne la connut point jusqu’à ce qu’elle eût enfanté un fils, auquel Lu 2:21.il donna le nom de Jésus.

1 Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham.

2 Abraham was de vader van Isaak, Isaak van Jakob, en Jakob van Juda en zijn broers.

3 Juda was de vader van Peres en Zerach; hun moeder was Tamar.

Peres was de vader van Chesron, en Chesron van Aram.

4 Aram was de vader van Amminadab, Amminadab van Nachson, en Nachson van Salmon.

5 Salmon was de vader van Boaz; diens moeder was Rachab.

Boaz was de vader van Obed; diens moeder was Ruth.

Obed was de vader van Isaï.

6 Isaï was de vader van koning David.

David was de vader van Salomo; diens moeder was de weduwe van Uria.

7 Salomo was de vader van Rechabeam, Rechabeam van Abia, Abia van Asaf.

8 Asaf was de vader van Josafat, Josafat van Joram, Joram van Uzzia, 9 Uzzia van Jotam, Jotam van Achaz, Achaz van Hizkia, 10 Hizkia van Manasse, Manasse van Amos, Amos van Josia, 11 en Josia was de vader van Jechonja en zijn broers, in de tijd van de ballingschap in Babylon.

12 Na de ballingschap in Babylon werd Jechonja vader van Sealtiël, Sealtiël van Zerubbabel, 13 Zerubbabel van Abiud, Abiud van Eljakim, Eljakim van Azor, 14 Azor van Sadok, Sadok van Achim, Achim van Eliud, 15 Eliud van Eleazar, Eleazar van Mattan, Mattan van Jakob, 16 en Jakob was de vader van Jozef, de man van Maria. Zij was de moeder van Jezus, die ook Christus wordt genoemd.

17 Er zijn dus veertien generaties van Abraham tot David, veertien generaties van David tot de ballingschap in Babylon, en ook veertien generaties van de ballingschap in Babylon tot de Messias.

18 De geboorte van Jezus Christus verliep als volgt: Toen zijn moeder Maria verloofd was met Jozef, nog voordat ze bij elkaar woonden, bleek dat ze zwanger was door toedoen van de Heilige Geest. 19 Omdat Jozef, haar man, integer was en haar niet te schande wilde maken, wilde hij in stilte van haar scheiden. 20 Terwijl hij dit overwoog, verscheen een engel van de Heer aan hem in een droom. De engel zei: "Jozef, zoon van David, wees niet bang om met Maria te trouwen, want het kind dat zij verwacht komt van de Heilige Geest. 21 Ze zal een zoon krijgen en je moet Hem de naam Jezus geven, want Hij zal zijn volk redden van hun zonden."

22 Dit hele gebeuren vormde de vervulling van de belofte die de Heer bij monde van de profeet had gegeven: 23 "De maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven." Die naam betekent "God is bij ons". 24 Toen Jozef wakker werd, deed hij wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij trouwde met Maria, 25 maar hij sliep niet met haar totdat ze haar zoon had gebaard, en hij gaf Hem de naam Jezus.

Veja também